De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV
Einde inhoudsopgave
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/11.1:11.1 Inleiding
De enquêtegerechtigden bij de NV en de BV (VDHI nr. 153) 2018/11.1
11.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. K. Spruitenburg, datum 01-08-2018
- Datum
01-08-2018
- Auteur
mr. K. Spruitenburg
- JCDI
JCDI:ADS376996:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor alle rechtspersonen waarbij een enquête kan worden verzocht op grond van artikel 2:344 BW geldt dat die bevoegdheid ook toegekend kan worden aan een persoon of instantie bij de statuten of bij een overeenkomst met de rechtspersoon (artikel 2:346 lid 1 sub e BW). Wanneer de (beurs)vennootschap de enquêtebevoegdheid bij statuten of overeenkomst verleent, spelen verschillende juridische aspecten een rol.
Een eerste vraag die opkomt, is of er beperkingen bestaan ten aanzien van de kring van (rechts)personen waaraan de enquêtebevoegdheid verleend kan worden (§ 11.5.2). Een tweede vraag is of de bevoegdheid tot het sluiten van een enquêteovereenkomst valt binnen de autonomie van het bestuur of dat andere organen, zoals de aandeelhoudersvergadering, invloed kunnen uitoefenen op het al dan niet verlenen van die bevoegdheid (§ 11.5.3). Daarnaast is niet duidelijk of de aandeelhoudersvergadering solo – zonder tussenkomst van het bestuur – bevoegd is tot het opnemen van die bevoegdheid in de statuten. Kan een aandeelhouder het opnemen van de enquêtebevoegdheid in de statuten agenderen en bewerkstelligen dat hij of bepaalde aandeelhouders een statutair enquêterecht krijgen? Dit onderwerp komt aan bod in § 11.4. Een derde vraag is of de ondernemingsraad adviesrecht toekomt ten aanzien van een (voor) genomen besluit van het bestuur of de aandeelhoudersvergadering om de enquêtebevoegdheid bij overeenkomst respectievelijk de statuten te verlenen (§ 11.5.4).
De vennootschap dient voorts rechtsgeldig vertegenwoordigd te worden bij het sluiten van een enquêteovereenkomst (§ 11.5.5). In dat kader is onder meer van belang of een enquêteovereenkomst met de ondernemingsraad kwalificeert als een ondernemingsovereenkomst ex art. 32 WOR (§ 11.5.6). Voor oude enquêteovereenkomsten, van vóór 1 januari 2013, geldt bovendien dat een tegenstrijdig persoonlijk belang van een bestuurder bij het aangaan van de enquêteovereenkomst zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid en daarmee de rechtsgeldigheid van de overeenkomst kan aantasten (§ 11.5.7). Verder spelen bij het aangaan en beëindigen van een enquêteovereenkomst ook verbintenisrechtelijke aspecten een rol, omdat de wet vereist dat de enquêtebevoegdheid ‘bij overeenkomst’ wordt toegekend (§ 11.5.8). De laatste vraag die opkomt, is of sprake is van voorwetenschap indien een beursvennootschap de enquêtebevoegdheid bij statuten of overeenkomst verleent (11.7).
Tot slot geef ik een overzicht van alle voor- en nadelen van een statutair of contractueel enquêterecht (11.8).