Sleutels voor personenvennootschapsrecht
Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/1.6:1.6 Opzet van dit boek
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/1.6
1.6 Opzet van dit boek
Documentgegevens:
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS592774:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de passage over wat ik de ‘beneficiaire aanspraak’ noem in 2.5.2.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de volgende vier hoofdstukken probeer ik de uitkomsten van het onderzoek zo direct mogelijk voor het voetlicht te brengen. Mijn drie sleutels zijn in elk hoofdstuk verweven. De eerste sleutel (algemeen vermogensrecht) en de tweede sleutel (Nederlands vennootschapsrecht) haal ik telkens naar voren, waar dit voor het betoog van belang is. Op onderdelen ben ik tot de conclusie gekomen dat verdere ontwikkeling van het algemene vermogensrecht aan de oplossing van specifieke vraagstukken in het personenvennootschapsrecht kan bijdragen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de theorie van het afgescheiden vermogen.1 In dergelijke gevallen wijd ik uit over het algemene vermogensrecht en zoek ik de oplossing niet in een specifieke regeling voor de personenvennootschappen. Wordt een vraagstuk aldus in breder verband opgelost, dan is het resultaat voor het personenvennootschapsrecht dat de kwestie eenvoudig langs de (nieuwe) lijnen van het algemene vermogensrecht kan worden benaderd.
Mijn derde sleutel (de rechtsvergelijking) heeft meer een eigen plaats in het boek gekregen. Voor de verdere discussie die in Nederland over de personenvennootschappen gevoerd zal worden, is het nuttig om de contouren van de onderzochte buitenlandse regelingen te laten zien. Daarom wordt de bespreking van Nederlandse rechtsfiguren telkens voorafgegaan door een uiteenzetting over buitenlandse equivalenten.