Einde inhoudsopgave
Generale zekerheidsrechten in rechtshistorisch perspectief (O&R nr. 86) 2015/10.3.2
10.3.2 De aanpassing van de praktijk aan de nieuwe vereisten
mr. V.J.M. van Hoof, datum 01-06-2015
- Datum
01-06-2015
- Auteur
mr. V.J.M. van Hoof
- JCDI
JCDI:ADS418336:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Reehuis 1987, nr. 490; Van Mierlo 1991, p. 889; De Korte 1991; Vriesendorp 1992, p. 150. Kortmann schatte dat maandelijks ongeveer 70.000 pandlijsten zouden moeten worden geregistreerd. Kortmann 1991, p. 178. Voor bijvoorbeeld Van Mierlo was dit een van de redenen om de schrapping van het vereiste te bepleiten. Zie: Van Mierlo 1991, p. 890. De schatting van Kortmann bleek aardig te kloppen. Zie hiervoor: Vriesendorp & Barendrecht 1993, p. 12 noot 30.
Hieronder ressorteert de Inspectie der Registratie en Successie.
Heyman noemde dit borderel een verzamelpandakte. Zie: Heyman 1992, p. 840. Ik gebruik deze aanduiding hier niet, omdat later onder verzamelpandakte de akte werd verstaan waarin de volmacht tot het vestigen van pandrechten werd verleend.
In de aanloop tot de invoering van het BW wilden de Nederlandse Vereniging van Banken en een aantal banken de verwachte administratieve druk als gevolg van het opstellen en registreren van de pandaktes voorkomen.1 Hiervoor traden zij in overleg met de registrerende instantie, de Belastingdienst.2 Naar aanleiding van dit overleg hebben zij een methode voorgesteld die de administratieve lasten voor de banken en de Belastingdienst moest verminderen. Deze methode behelsde dat de schuldenaar er zich in een stampandakte toe verplichte om telkens borderellen (lijsten) op te maken waarin hij niet alle vorderingen afzonderlijk aanduidde, maar verwees naar computerlijsten. Tevens gaf de schuldenaar de schuldeiser in de stampandakte een volmacht om de borderellen zelf op te stellen en/of de borderellen ter registratie aan te bieden. De computerlijsten specificeerden de afzonderlijke vorderingen door vermelding van de naam van de schuldenaar, een factuurnummer, een factuurdatum en een factuurbedrag. Het geregistreerde borderel bevatte slechts een afzonderlijke aanduiding van de eerste en de laatste vordering van de bijbehorende computerlijst, het totaalsaldo van de op de computerlijst vermelde vorderingen, de datum waarop de computerlijst was opgemaakt en het aantal bladen waaruit de computerlijst bestond.3 De computerlijsten zelf werden niet geregistreerd. Deze wijze van vestiging (bij voorbaat) werd het NVB-model genoemd.