Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/11.3.1.4:11.3.1.4 Aanbevelingen
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/11.3.1.4
11.3.1.4 Aanbevelingen
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS604187:1
- Vakgebied(en)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Erfbelasting
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Schenk- en erfbelasting / Schenkbelasting
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 11.1 is opgemerkt dat het successie- en schenkingsrecht zal worden herzien en vereenvoudigd. Ik stel voor om dit in dit verband het verbondenheidsbegrip in art. 2 lid 1 SW 1956 te moderniseren. Hierbij kan het begrip ‘verbonden persoon’ als bedoeld in art. 3.91 en 3.92 Wet IB 2001 model staan. In hoofdstuk 6 heb ik de contouren van dit begrip als volgt geschetst:
Er geldt een sociaal-maatschappelijke benadering, waarbij de echtgenoot van de belastingplichtige, de geregistreerde partner en iedere andere ‘levensgezel’ als ‘verbonden persoon’ worden beschouwd. De tekst van art. 3 AWIR kan hierbij als uitgangspunt worden genomen.
Voor ongehuwde samenwoners geldt in dit verband een weerlegbaar vermoeden van ‘verbondenheid’. Op basis van een tegenbewijsmogelijkheid kan de belastingplichtige aantonen dat de partner niet als ‘verbonden persoon’ kan worden beschouwd, bijvoorbeeld omdat de personen niet samenwonen en voor de toepassing van een pensioenregeling niet als partner zijn aangemeld.
Voorts wordt een minderjarig ‘kind’ van de belastingplichtige of van zijn ‘levensgezel’ tot de kring van verbonden personen gerekend. In situaties waarin de belastingplichtige een in het maatschappelijke verkeer ongebruikelijke transactie pleegt met een bloed- of aanverwant in de rechte lijn van hemzelf of van zijn ‘levensgezel’, wordt dit familielid eveneens als ‘verbonden persoon’ aangemerkt.