De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.5.2.2:8.5.2.2 Primaire, secundaire en tertiaire gevolgen
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.5.2.2
8.5.2.2 Primaire, secundaire en tertiaire gevolgen
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372111:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 1.2.3.2 over het onderscheid tussen primaire, secundaire en tertiaire gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen.
Wel kan de ondernemingskamer de geldingsduur van eindvoorzieningen bepalen, maar het gaat dan niet om een toepassing van art. 2:357 lid 2 BW, maar om lid 1 daarvan.
Zie bijvoorbeeld par. 14.3.3.4.
Vgl. HR 11 juli 2014, NJ 2014/389 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2014/263 m.nt. Josephus Jitta bij JOR 2014/264 (Novero-II).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De niet door de ondernemingskamer geregelde (rechts)gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen zijn hiervoor in par. 8.3.2 ter sprake gekomen.
De primaire gevolgen1 vloeien voort uit de aard van de (onmiddellijke) voorziening. Als bijvoorbeeld de ondernemingskamer tijdelijk een bestuurder aanstelt, dan is het (rechts)gevolg daarvan dat de desbetreffende persoon bestuurder van de rechtspersoon wordt. Dergelijke primaire gevolgen zelf lijken lastig te regelen voor de ondernemingskamer.2 Iemand wordt immers bestuurder of niet. Andere primaire gevolgen lenen zich beter voor een nadere regeling door de ondernemingskamer. Bijvoorbeeld: een primair gevolg van de (onmiddellijke) voorziening tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer is onder meer dat een beheeropdracht komt te rusten op de tijdelijke beheerder. Die beheeropdracht kan de ondernemingskamer nader invullen op de voet van art. 2:357 lid 2 BW.
De secundaire (rechts)gevolgen lenen zich ook voor een nadere regeling op de voet van art. 2:357 lid 2 BW. Deze secundaire rechtsgevolgen vloeien voort uit de wet, de statuten of enige andere regel van de deelrechtsorde. Als de ondernemingskamer bijvoorbeeld tijdelijk een bestuurder aanstelt (primair gevolg) dan heeft dat het (secundaire) gevolg dat deze bestuurder alle in de wet en statuten aan bestuurders toebedeelde rechten, plichten, taken en bevoegdheden heeft. Soms bepaalt de Ondernemingskamer dat een bestuurder iets tot zijn taak mag rekenen.
De grens, tussen (onmiddellijke) voorzieningen en het regelen van de (secundaire) gevolgen daarvan, is weleens moeilijk te trekken. Als het bijvoorbeeld gaat om het tijdelijk aanstellen van een bestuurder kan de ondernemingskamer de (secundaire) gevolgen namelijk ook regelen door middel van de (onmiddellijke) voorziening tijdelijk afwijken van de bepalingen van de statuten die op bestuurders zien.
Of de tertiaire gevolgen van (onmiddellijke) voorzieningen zich lenen voor een nadere regeling door de ondernemingskamer valt te betwijfelen. Ten eerste kunnen deze buiten de rechtsmacht van de Nederlandse rechter liggen.3 Voor zover de tertiaire gevolgen wel binnen de rechtsmacht van de Nederlandse rechter liggen, vallen deze veelal buiten de absolute bevoegdheid van de ondernemingskamer, bijvoorbeeld omdat ze van vermogensrechtelijke aard zijn. Neem de situatie dat een tijdelijk aangestelde en vertegenwoordigingsbevoegde bestuurder (primair en secundair gevolg) de vennootschap bindt aan een overeenkomst (tertiair gevolg). Ik denk niet dat de ondernemingskamer achteraf kan bepalen of de vennootschap is gebonden aan deze overeenkomst. Weliswaar kan zij vooraf de vertegenwoordigingsbevoegdheid van tijdelijke bestuurders beperken, maar zij kan hun (feitelijke) handelingen niet terugdraaien. Daarnaast kan de ondernemingskamer mijns inziens niet achteraf op de voet van art. 2:357 lid 2 BW bepalen of andere bestuurshandelingen rechtsgeldig zijn.4 Op deze (en andere) punten bestaat echter nog veel onduidelijkheid. In de volgende paragrafen wordt dat nader uitgewerkt.