Wijziging van beperkte rechten
Einde inhoudsopgave
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/2.3.7:2.3.7 De belangen van derden
Wijziging van beperkte rechten (O&R nr. 123) 2021/2.3.7
2.3.7 De belangen van derden
Documentgegevens:
mr. K. Everaars, datum 01-12-2020
- Datum
01-12-2020
- Auteur
mr. K. Everaars
- JCDI
JCDI:ADS254148:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Rechtshandelingen
Goederenrecht / Eigendom, bezit en houderschap
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Goederenrecht / Genotsrechten
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
140. Met de belangen van derden met een beperkt recht houdt de regeling van art. 5:78 aanhef en sub b BW uitdrukkelijk rekening. In art. 5:81 lid 2 BW is bepaald dat de vordering op grond van art. 5:78 aanhef en sub b BW alleen toewijsbaar is als de derde in het geding is geroepen. Art. 5:81 lid 2 BW kent een beperkt toepassingsbereik. Het gaat om derden die door de uitspraak van de rechter als bedoeld in art. 5:78 aanhef en sub b BW in hun rechtspositie worden aangetast.1 Als meerdere erfdienstbaarheden zijn gevestigd op hetzelfde erf, maar de procedure omtrent art. 5:78 aanhef en sub b BW zich afspeelt tussen de eigenaar van het dienende erf en de eigenaar van een van de heersende erven, dan zijn de eigenaren van de andere heersende erven geen derden in de zin van art. 5:81 lid 2 BW.2 Art. 5:81 lid 2 BW bepaalt overigens dat de rechter rekening houdt met de belangen van de derde, maar alleen voor zover het gaat om een beroep op art. 5:78 aanhef en sub a, art. 5:79 of art. 5:80 BW. Art. 5:78 aanhef en sub b BW valt daar dus niet onder. Dat is logisch, want de belangen van de derde zitten als het ware al ingebakken in de maatstaf van het algemeen belang.