Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/4.1:4.1 Inleiding
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS601090:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De uitkoopregeling staat naar haar aard op gespannen voet met het eigendomsrecht van de minderheidsaandeelhouders. Er moet daarom voldoende grondslag bestaan ter rechtvaardiging van de gedwongen overdracht van de aandelen. Bovendien dient de regeling met enige waarborgen te zijn omkleed, om het belang van de minderheid voldoende ‘te dienen’.
In § 4.2.2 bespreek ik de rechtvaardigingsgrond en de overige motieven voor de invoering van de uitkoopregeling. Vervolgens behandel ik de waarborgen waarmee een wettelijke regeling tot uitkoop ten minste moet zijn omkleed.
Ondanks deze rechtvaardigingsgronden en waarborgen bestaat er zowel in de literatuur als in de rechtspraak (nog steeds) discussie over de vraag of de regeling verenigbaar is met het recht van eigendom. Ik behandel in dit hoofdstuk de twee relevante en meest besproken bepalingen hieromtrent. Het gaat om het onteigeningsverbod in art. 14 Grondwet (§ 4.3.1) en het recht op een ongestoord genot van eigendom van art. 1 Eerste Protocol van het EVRM (§ 4.3.2).