Uitkoop van minderheidsaandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/4.3:4.3 De verhouding van de uitkoopregeling met het recht van eigendom
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/4.3
4.3 De verhouding van de uitkoopregeling met het recht van eigendom
Documentgegevens:
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS598847:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Andere bepalingen waar door minderheidsaandeelhouders een beroep op is gedaan, zijn onder andere art. 14 EVRM (verbod op discriminatie) en art. 14 IVBPR (recht op een eerlijk proces). Zie bijvoorbeeld OK 13 april 2010, JOR 2010/184 (Getronics); HR 17 september 2007, NJ 2007/610; JOR 2007/237 (Versatel).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De gedwongen overdracht van aandelen als gevolg van een geslaagde vordering tot uitkoop, staat op gespannen voet met het eigendomsrecht van de minderheidsaandeelhouders.
In zowel de literatuur als de rechtspraak is deze spanning met enige regelmaat aan de orde gekomen. Ook tijdens de parlementaire behandeling van de wetsvoorstellen is aan deze problematiek aandacht besteed.
Hoe verhoudt de uitkoopregeling zich nu precies met dit eigendomsrecht? Ik behandel hierna de twee relevante en meest besproken bepalingen hieromtrent, te weten het onteigeningsverbod in art. 14 Grondwet en het recht op een ongestoord genot van eigendom van art. 1 Eerste Protocol van het Europese Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EP EVRM).1
4.3.1 De verhouding met art. 14 Grondwet: een vorm van onteigening?4.3.2 De verhouding met art. 1 Eerste Protocol EVRM: een schending van het ongestoord genot van eigendom?