Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/4.10.3.2
4.10.3.2 OK-bestuurders en OK-commissarissen
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652157:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Anders nog OK 19 april 2007 (r.o. 3.2), JOR 2007/142, m.nt. J.M. Blanco Fernández (Begemann); Rb. Zeeland-West-Brabant (vzr.) 4 oktober 2019 (r.o. 3.5), JOR 2019/277, m.nt. P.H.M. Broere (Energie Concurrent).
OK 18 maart 2013 (r.o. 2.3), JOR 2013/136, m.nt. A.F.J.A. Leijten (De Orthopedische Schoenmakerij). Zie ten aanzien van een vereffenaar reeds OK 14 augustus 2012 (r.o. 2.1; 2.3), ARO 2012/128 (Allstar Consulting Holding). Deze gewijzigde opvatting van de Ondernemingskamer, inhoudende dat zij niet bevoegd is tot de verlening van decharge aan een OK-bestuurder, volgde na forse kritiek uit de literatuur, zie bijv. Josephus Jitta (onder 4) in zijn annotatie bij OK 31 maart 2006, JOR 2006/181 (NIBO); Blanco Fernández (onder 10) in zijn annotatie bij OK 19 april 2007, JOR 2007/142 (Begemann); Tuijtel 2007, p. 554-555; Winters & Ploeger 2007, p. 46-47; Olden 2009, p. 124; Eikelboom 2012, p. 116.
Zo ook Krop, Scholten & Verburgt 2015, p. 213-217; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/195 sub m; Salemink & Nieuwe Weme 2022, p. 827-828.
Niet iedere OK-functionaris legt rekening en verantwoording af, zo volgt uit Broekhuijsen-Molenaar & Van Wees 2015, p. 94.
Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 40; Kamerstukken II 2011/12, 32887, 6, p. 31. Zo ook Krop, Scholten & Verburgt 2015, p. 213; Bulten & Kreileman 2017, p. 428; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/195; Salemink & Nieuwe Weme 2022, p. 827-828.
In welke zin ook Eikelboom 2012, p. 117-118; Olden 2022, p. 874; Salemink & Nieuwe Weme 2022, p. 827-828. Zie bijv. OK 3 december 2019 (r.o. 1.6 sub (i); 3.18), JOR 2020/85, m.nt. P.H.M. Broere (ZED+), waarin de OK-beheerder overigens kwalificeerde als feitelijk commissaris. Zie hiertegen Josephus Jitta 2020b, p. 733-735; Josephus Jitta 2022, p. 841. Volgens Borrius 2015, p. 80, voetnoot 35; Borrius 2017a, p. 298, voetnoot 298 zullen aandeelhouders niet snel bereid zijn een OK-functionaris decharge te verlenen.
Zie bijv. Raaijmakers (onder 2) in zijn annotatie bij HR 20 oktober 1989, AA 1990, p. 328 (Ellem); Huizink 2019/180; Huizink, GS Rechtspersonen, art. 2:9 BW, aant. 22.2.3 (2021). Quist 2011, p. 419-420 noemt dit een ‘bijkomend argument’. Zie hierover ook nog Bier 2006, p. 45.
Zie hierover Bier 2010, p. 637-638. Zie ook nog Schwarz 2001, p. 51, die meent dat de bevoegdheid tot decharge statutair ook kan worden gedelegeerd aan een ander orgaan.
Zie bijv. Van der Grinten 1987, p. 99; Raaijmakers 1990, p. 166-167; Wezeman 1998, p. 80; Kamerstukken II 2001/02, 27483, 3, p. 2; Orsel 2007, p. 403; Van Wijk 2017, p. 258. Vgl. ook Quist 2011, p. 419.
HR 10 januari 1997 (r.o. 3.4.1), NJ 1997/360, m.nt. J.M.M. Maeijer; JOR 1997/29 (Staleman/Van de Ven).
Krop, Scholten & Verburgt 2015, p. 215-216; Eikelboom 2017, p. 560. De algemene vergadering kan ook uitdrukkelijk decharge verlenen voor hetgeen zij niet weet, maar dat is geen normaaltype decharge, zie Leijten (onder 6) in zijn annotatie bij OK 18 maart 2013, JOR 2013/136 (De Orthopedische Schoenmakerij).
Kamerstukken II 2011/12, 32887, 6, p. 3-4; Kamerstukken II 2013/14, 34011, 3, p. 29.
Krop, Scholten & Verburgt 2015, p. 216.
Kamerstukken II 2010/11, 32887, 3, p. 40; Kamerstukken II 2011/12, 32887, 6, p. 31. Zo ook Bulten & Kreileman 2017, p. 428; Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/372. Zie ook Praktijktips, bepaling 4.3.8. Anders nog bijv. OK 31 maart 2006 (r.o. 2.3-2.4), JOR 2006/181, m.nt. M.W. Josephus Jitta (NIBO).
De OK-bestuurder en OK-commissaris moeten de jaarrekening ook ondertekenen. Zo ook Olden 2009, p. 124 (ten aanzien van de OK-commissaris); Eikelboom 2012, p. 107 (ten aanzien van de OK-bestuurder). Anders Croiset van Uchelen 2008, p. 211-212; Cornelissen 2010, p. 78.
In een andere richting overigens RvD Arnhem-Leeuwarden 27 september 2021 (r.o. 5.7), ECLI:NL:TADRARL:2021:226 (Cavari Clinics).
Krop, Scholten & Verburgt 2015, p. 211-212.
Zo ook Asser/Van Solinge & Nieuwe Weme 2-IIb 2019/398. Zie ook bpb 2.3.11 Corporate Governance Code.
Zo ook Schild 2012, p. 172. Anders Croiset van Uchelen 2008, p. 213.
Krop, Scholten & Verburgt 2015, p. 212-213. Zie ook Croiset van Uchelen 2008, p. 224.
Naar mijn mening heeft een OK-bestuurder behoudens wettelijke en statutaire uitzonderingen ook een rekening- en verantwoordingsverplichting jegens (de daartoe aangewezen organen van) de rechtspersoon.1 Dit volgt volgens mij logischerwijs uit De Orthopedische Schoenmakerij,2 waarin de Ondernemingskamer oordeelde dat zij niet bevoegd is tot de verlening van decharge aan een OK-bestuurder,3 en vindt bevestiging in bepaling 4.3.8 van de Praktijktips.4
Zo is de algemene vergadering bevoegd een OK-bestuurder decharge te verlenen,5 waarbij die bevoegdheid in een voorkomend geval ook kan worden uitgeoefend door de OK-beheerder.6 Verdedigd wordt wel dat de algemene vergadering haar bevoegdheid tot dechargeverlening ontleent aan haar bevoegdheid tot benoeming en ontslag van bestuurders en commissarissen, gekoppeld aan de bevoegdheid tot het instellen van een vordering op grond van art. 2:9 BW.7 Ook wordt wel betoogd dat de algemene vergadering deze bevoegdheid toekomt op grond van art. 2:107/217 BW.8 De heersende gedachte is echter dat decharge wordt verleend door het orgaan waaraan rekening en verantwoording moet worden afgelegd: de algemene vergadering.9
Andersom ligt een verantwoordingsplicht jegens de algemene vergadering mijns inziens ook in het logisch verlengde van de bevoegdheid tot dechargeverlening van de algemene vergadering. Een decharge ziet immers slechts op hetgeen aan de algemene vergadering bekend is gemaakt.10 Teneinde decharge te kunnen verlenen, zal de algemene vergadering adequaat moeten worden geïnformeerd.11 Een verantwoordingsverplichting voor de OK-bestuurder past bovendien goed in de bedoeling van de wetgever de OK-bestuurder zo veel mogelijk gelijk te stellen met een reguliere (statutair) bestuurder.12 Krop, Scholten en Verburgt achten tot slot bepleitbaar dat een aandeelhouder zonder verantwoordingsplicht van een OK-bestuurder wordt beperkt in het ongestoord genot van zijn eigendom (art. 1 EP EVRM).13 Ook OK-commissarissen zijn rekening- en verantwoordingsplichtig jegens de rechtspersoon en hen kan enkel door de algemene vergadering decharge worden verleend.14 Die dechargebevoegdheid kan in een voorkomend geval worden uitgeoefend door een OK-beheerder.
Onder het afleggen van (rekening en) verantwoording door de OK-bestuurder jegens de rechtspersoon versta ik met Krop, Scholten en Verburgt het opmaken van de balans, een staat van baten en lasten en een jaarrekening (art. 2:10 BW jo. art. 2:101/210 BW),15 verschaffing van alle door de algemene vergadering verlangde inlichtingen (art. 2:107/217 lid 2 BW), het voorzien van de raad van commissarissen van de voor de uitvoering van zijn taak noodzakelijke gegevens (art. 2:141/251 BW) en het verstrekken van inlichtingen aan de ondernemingsraad (art. 31 WOR).16 Ik zou hier nog een interne verantwoordingsplicht naar medebestuurders aan willen toevoegen.17 Krop, Scholten en Verburgt vatten de rekening- en verantwoordingsplicht samen als ‘de verplichting van de bestuurder om binnen het kader van de wet, de statuten en het belang van de rechtspersoon rekenschap af te leggen aan de (daartoe aangewezen organen van de) rechtspersoon over het door hem gevoerde beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon.’18
Vergelijkbaar aan de verantwoordingsplicht van de OK-bestuurder is de verantwoordingsplicht van de OK-commissaris. Ook de OK-commissaris heeft de verplichting om binnen het kader van de wet, de statuten en het belang van de rechtspersoon rekenschap af te leggen aan (de daartoe aangewezen organen van) de rechtspersoon over het door hem gevoerde beleid en de gang van zaken van een rechtspersoon. Concreet is die verplichting verschillend van de voor de OK-bestuurder geldende verplichting. Onder de rekening- en verantwoordingsplicht van de OK-commissaris begrijp ik in ieder geval de verschaffing van alle door de algemene vergadering verlangde inlichtingen (art. 2:107/217 lid 2 BW)19 en de interne verantwoordingsplicht aan de raad van commissarissen waar de OK-commissaris deel van uitmaakt.
OK-bestuurders en OK-commissarissen zijn dus rekening en verantwoording verschuldigd aan de rechtspersoon.20 Zij moeten wat rechten en verplichtingen dienaangaande worden gelijkgesteld met niet door de Ondernemingskamer benoemde bestuurders en commissarissen.
Krop, Scholten en Verburgt hebben erop gewezen dat een verantwoordingsverplichting de daadkracht en vastberadenheid van OK-functionarissen kunnen doen afnemen. Partijen die mogelijk verantwoordelijk zijn voor wanbeleid en eventueel via een onmiddellijke voorziening juist op afstand van de rechtspersoon zijn gezet, worden volgens hen via de verantwoordingsplicht bovendien in de gelegenheid gesteld hun invloed op het beleid en de gang van zaken van de rechtspersoon indirect alsnog uit te oefenen.21 Dit is inderdaad denkbaar. Waar de Ondernemingskamer echter alle aandelen ten titel van beheer overdraagt aan een OK-beheerder, bestaat feitelijk slechts een verantwoordingsverplichting jegens de OK-beheerder, die de algemene vergadering vertegenwoordigt. Bovendien bestaat mijns inziens geen verantwoordingsverplichting jegens geschorste en ontslagen bestuurders en commissarissen. Aandeelhouders wier aandelen ten titel van beheer zijn overgedragen en bestuurders en commissarissen die zijn geschorst of ontslagen, zijn door de Ondernemingskamer buiten het verband van de rechtspersoon geplaatst. Jegens hen past naar mijn mening niet een rekening- en verantwoordingsverplichting van OK-functionarissen.