Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.1:7.1 Inleiding
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS446092:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het faillissement eindigt indien het vonnis van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan (art. 161 Fw). Het beslag op het vermogen van de schuldenaar wordt opgeheven en hij herkrijgt in beginsel het beheer en de beschikking over zijn vermogen.1 De verplichtingen die zijn opgenomen in het akkoord, dienen door de schuldenaar te worden nagekomen. De schuldeisers wier vorderingen niet door de schuldenaar zijn betwist, hebben nadat het vonnis van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan, een executoriale titel jegens de schuldenaar met betrekking tot de verplichtingen voortvloeiend uit het akkoord.2 Het vonnis van homologatie levert jegens schuldeisers van een betwiste vordering echter geen executoriale titel op. Voor een schuldeiser van een betwiste vordering betekent dit dat zijn vordering jegens de ex-gefailleerde eerst in een gewone procedure conform de regels van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dient te worden vastgesteld.
Nadat een akkoord door de homologatie3 verbindend is geworden voor zowel de schuldenaar als zijn schuldeisers, is de schuldenaar verplicht het akkoord na te komen. In het kader van de verbindendheid van het akkoord dient een aantal vragen te worden beantwoord. Hoe moet worden gehandeld indien de schuldenaar in gebreke blijft jegens één of meer van zijn schuldeisers? Welke mogelijkheden heeft een schuldeiser om zijn rechten op grond van het akkoord gerealiseerd te krijgen? De wet geeft in art. 165 Fw aan iedere schuldeiser jegens wie de schuldenaar het akkoord niet nakomt, het recht ontbinding van het akkoord te verzoeken. Voor wie is een akkoord verbindend en kan iedere schuldeiser voor wie een akkoord verbindend is, ontbinding van een akkoord verzoeken in geval van niet-nakoming door de schuldenaar? Hoe dient een verzoek tot ontbinding van een akkoord te worden ingesteld en hoe dient het verzoek vervolgens te worden beoordeeld?
De vraag naar de verbindendheid van het akkoord is in hoofdstuk 6 besproken. Daar is ook aan de orde gekomen of een gehomologeerd akkoord verbindend kan zijn voor preferente schuldeisers. In dit hoofdstuk wordt de vraag gesteld of preferente schuldeisers ontbinding van een akkoord ex art. 165 Fw kunnen verzoeken. Daarnaast zal in dit hoofdstuk onder meer aandacht worden besteed aan de vraag of op welke grond een gehomologeerd akkoord kan worden aangetast. Ten slotte worden de rechtsgevolgen van de ontbinding onderzocht en zal het arrest UPC/Movieco worden besproken.4