Het akkoord
Einde inhoudsopgave
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.7:7.7 Rechtvaardigingseis van art. 6:265 BW?
Het akkoord (O&R nr. 60) 2011/7.7
7.7 Rechtvaardigingseis van art. 6:265 BW?
Documentgegevens:
Mr. A.D.W. Soedira, datum 25-02-2011
- Datum
25-02-2011
- Auteur
Mr. A.D.W. Soedira
- JCDI
JCDI:ADS448553:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De Faillissementswet kent in art. 165 Fw een eigen, specifieke ontbindingsprocedure. Daarmee is de buitengerechtelijke ontbinding van art. 6:267 lid 1 BW uitgesloten.
Kortmann/Faber, Geschiedenis van de Faillissementswet, heruitgave Van der Feltz II, p. 196.
Vgl. het arrest UPC/Movieco, HR 4 februari 2005, NJ 2005,362, nt. A. van Hees en zie paragraaf 7.5 e.v.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoewel de ontbinding van een akkoord in afwijking van het gemene recht een eigen bijzondere ontbindingsprocedure kent, ontkomen we niet aan de vraag of de vereisten van art. 6:265 lid 1 BW van aanvullende betekenis kunnen zijn bij de beoordeling van een verzoek tot ontbinding van een akkoord.1 Hierbij valt in het bijzonder te denken aan het vereiste dat een tekortkoming de ontbinding dient te rechtvaardigen. In art. 165 lid 1 Fw wordt de 'rechtvaardigingseis' niet uitdrukkelijk als vereiste voor de ontbinding gesteld. In de parlementaire geschiedenis is hierover evenmin iets terug te vinden.2 Hoewel de 'rechtvaardigingseis' geen zelfstandig vereiste is bij de ontbinding ex art. 165 lid 1 Fw zou de 'rechtvaardigingseis' wel indirect een rol kunnen spelen bij het verlenen van de terme de grace van art. 165 lid 3 Fw. Indien de rechtbank aan de schuldenaar op grond van art. 165 lid 3 Fw uitstel verleend om aan het akkoord te voldoen, kan de rechter daarmee niet een ontbinding van het akkoord verhinderen, maar wel tijdelijk voorkomen dat ontbinding van het akkoord wordt uitgesproken. Het uitstel geeft de schuldenaar de mogelijkheid een oplossing te vinden voor de niet-nakoming.3