Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/65
65 Afwijzen bevoegdheid op basis van forum non conveniens
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS511359:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 1 maart 2005, C-281/02, Jur. 2005, p. I-1383, NJ 2007/369 (Owusu) m.nt. P. Vlas.
Zie de zaak Spiliada Maritime Corp. v. Cansulex Ltd [1987] AC 460, 476 (HL).
Rapport Schlosser (PbEG 1979, C59/71), p. 97.
Zie de noot van P. Vlas sub 2 onder het arrest Owusu, NJ 2007/369. Zie uitgebreid over forum non conveniens en het arrest Owusu F. Ibili, Gewogen rechtsmacht in het IPR (diss. Amsterdam VU), Recht & Praktijk 148, Deventer: Kluwer 2007, p. 205 e.v..; H. Duintjer Tebbens, ‘From Jamaica with pain: enkele aantekeningen bij het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Owusu’, in: Crossing Borders: essays in European and private international law, nationality law and islamic law in honour of Frans van der Velden, Deventer: Kluwer 2006, p. 95-104.
HvJEG 1 maart 2005, C-281/02, Jur. 2005, p. I-1383, NJ 2007/369 (Owusu) m.nt. P. Vlas, r.o. 26.
HvJEG 1 maart 2005, C-281/02, Jur. 2005, p. I-1383, NJ 2007/369 (Owusu) m.nt. P. Vlas, r.o. 40-45.
Conclusie AG Leger voor arrest Owusu, zaak C-281/02, sub 263. Zie kritisch R. Fentiman, International Commercial Litigation, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 454 e.v..
Rechtszekerheid betekent ook dat een eenmaal vastgestelde bevoegdheid niet zomaar op basis van een nationaalrechtelijk procesrechtelijk instrument terzijde geschoven kan worden. In de uitspraak Owusu – gewezen onder het EEX-Verdrag – rees de vraag of de Engelse rechter die bevoegd is op basis van art. 2 EEX-Verdrag (art. 4 EEX-Vo II) de mogelijkheid heeft om zich forum non conveniens te verklaren ten gunste van de rechter van een derde land.1 Forum non conveniens is een in het Engelse commune bevoegdheidsrecht voorkomende figuur die de rechter in staat stelt zijn internationale bevoegdheid af te wijzen indien hij ervan overtuigd is dat er een ander meer geschikt forum is ‘in which the case may be tried more suitably for the interests of all the parties and the ends of justice.’2 Bij de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot het EEX-Verdrag is bepaald dat de Engelse rechter het forum non conveniens-leerstuk niet zal toepassen in de verhouding tot andere EEX-staten.3 Het was duidelijk dat het afwijzen van bevoegdheid onder het EEX-Verdrag door de Engelse rechter ten gunste van een andere EEX-rechter in strijd zou zijn met het EEX-Verdrag, maar hoe ligt dat ten aanzien van derde landen?4
Owusu heeft in het land van zijn woonplaats, Engeland, een vordering ingesteld tegen Jackson, eveneens woonachtig in Engeland, en drie Jamaicaanse vennootschappen in verband met ernstig lichamelijk letsel, opgelopen tijdens een vakantie in Jamaica. De zaak vertoont een duidelijke en sterke band met Jamaica – het ongeval heeft zich in Jamaica voorgedaan, de meeste gedaagden en de meeste getuigen zijn er woonachtig, en een eventueel veroordelend Engels vonnis zal hoogstwaarschijnlijk in Jamaica ten uitvoer moeten worden gelegd. Het Hof heeft echter overwogen dat de bevoegdheid van de Engelse rechter voortvloeit uit art. 2 EEX-Verdrag: woonplaats verweerder. Ondanks dat eiser en (een van de) gedaagde(n) beiden in Engeland woonplaats hebben, is er toch sprake van de voor het EEX-Verdrag vereiste internationaliteit: de feiten hebben zich immers voorgedaan in een ander land.5 Art. 2 EEX-Verdrag bepaalt de bevoegdheid en de vraag is vervolgens of de Engelse rechter op forum non conveniens-gronden mag afzien van het uitoefenen van deze bevoegdheid. Het Hof heeft in duidelijke bewoordingen overwogen dat zulks in het licht van de door het EEX-Verdrag voorgestane rechtszekerheid ontoelaatbaar is. De eerbiediging van het rechtszekerheidsbeginsel, een van de doelstellingen van het Executieverdrag, zou niet volledig gewaarborgd zijn indien een uit hoofde van het EEX-Verdrag bevoegde rechter de forum non conveniens-exceptie mocht toepassen. Tevens zou dit de uniforme toepassing van de regels van het EEX-Verdrag in gevaar brengen omdat forum non conveniens als rechtsfiguur niet in het (proces)recht van alle EEX-staten voorkomt.6
Het afzien van het uitoefenen van een door de EEX-Verordening II toegekende bevoegdheid met behulp van een nationaal procesrechtelijk instrument dat aan de rechter een discretionaire bevoegdheid toekent, is in strijd met de rechtszekerheid. Indien van het uitoefenen van de bevoegdheid van art. 4 EEX-Vo II wordt afgezien op grond van forum non conveniens – zoals in Owusu – doet dit ook afbreuk aan de voorspelbaarheid van de bevoegdheidsbepalingen. Op het moment dat rechters in de EU toegestaan zouworden op grond van mechanismen als forum non conveniens af te zien van het uitoefenen van bevoegdheid op basis van art. 4 EEX-Vo II, dan zou de zekerheid aan de kant van de eiser dat een vordering altijd bij de rechter van de woonplaats van de verweerder kan worden ingesteld verdwijnen. AG Léger merkt in zijn conclusie tevens op dat het toelaten van een forumnon conveniens-toets in een geval als Owusu in strijd is met de rechtszekerheid en voorspelbaarheid en daarmee afbreuk zou doen aan het nuttig effect van het EEX.7