25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/63.4:63.4 De laatste tussenstand
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/63.4
63.4 De laatste tussenstand
Documentgegevens:
mr. R.F.B. van Zutphen, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. R.F.B. van Zutphen
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Bijv. Nationale ombudsman, rapporten 2015/165, 2016/046 en 2017/004.
Nationale ombudsman, rapport 2018/030.
Nationale ombudsman, rapport 2017/030 en eerder Nationale ombudsman, rapport 2012/100.
Nationale ombudsman, rapport 2018/065.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wat is nu de laatste tussenstand? Wat mij betreft deze. Mooi geformuleerde bepalingen van de Awb zijn nog immer dienstig aan het door de ombudsman te verrichten onderzoek. Zonder die bepalingen zouden ook bestuursorganen/ overheden niet meewerken aan een onderzoek. Zodra een onderzoek echter aanbevelingen oplevert die moeilijk zijn te verwezenlijken omdat regelgeving in de weg staat, blijkt dat overheden veelal niet thuis geven. Bijdragen om in die overheidshouding verandering te brengen is een mooi streven. Het past ook bij de taakopvatting van een moderne ombudsman die overheden wil inspireren om aan de hand van best practices en het werk van de ombudsman en andere belangrijke adviseurs het perspectief van de burger beter te borgen. Maar als het erop aan komt is het de opdracht die bestuurders zichzelf hebben gegeven
(en trouwens ook van de wetgever hebben gekregen) om het bestuur beter en dus goed te laten functioneren. Ombudsmannen kunnen druk zetten vanuit het belang van de burger die mee moet kunnen doen in de samenleving, zij kunnen de richting wijzen aan de eerstelijns klachtbehandeling met inzet en expertise. Het goede bestuur en het in wetten en regelgeving stelselmatig verwerken van het perspectief van de burger blijft essentieel. Het zou geen kwaad kunnen als de overheid ook zelf eens meer dan nu en voorheen, zou willen weten in hoeveel gevallen er sprake is van onbehoorlijk optreden naar eigen maatstaven. Een goed begin zou zijn systematisch te kijken hoe overheden met de aanbevelingen van de ombudsman omgaan. Het genoemde voorbeeld (Vestzak/Broekzak-rapport) zou een goede eerste test-case kunnen zijn.
En toch, voor dat we de eindstand opmaken, nog maar weer (frappez toujours) een terugblik op de recente onderzoeken uit eigen beweging van de Nationale ombudsman, geschreven om overheden te confronteren met de gevolgen van het ontbreken van goed bestuur. Van onvoldoende goed bestuur (laat ik het eens mild formuleren) is sprake wanneer te lang wordt getreuzeld met het uitvoeren van aanbevelingen en bevindingen die eerder werden omarmd.
Een willekeurige opsomming. Al jaren geleden was er na rapporten over gemeentelijke schuldhulpverlening consensus over de noodzaak van de vereenvoudiging van de beslagvrije voet.1 De aanbevelingen uit het rapport over vrouwen in de opvang zijn veel te lang op het bureau blijven liggen bij de minister en zijn ambtenaren.2 De oplossingsrichtingen die in het rapport ‘Zorgen voor burgers’ worden geduid,3 hadden direct aandacht moeten krijgen van beleidsmakers, uitvoerders en verantwoordelijk bewindspersonen. Er was een tweede Q-koortsrapport nodig om bestuurders sorry te horen zeggen tegen de chronisch zieke patiënten.4 Klachten over de toepassing van de inburgeringswet en de door de ombudsman in individuele zaken geformuleerde aanbevelingen leidden bij overheden niet tot inzicht in het burgerperspectief van de inburgeraar en er was een onderzoek uit eigen beweging nodig om die en andere aanbevelingen kracht bij te zetten.5 En of die uiteindelijk zullen worden terug gevonden in de nieuwe inburgeringswet is nog maar de vraag. De lijst kan met vele andere voorbeelden worden aangevuld.
Waar brengen al deze verhalen ons? Wat mij betreft tot hier en kennelijk niet verder. Een aantoonbaar verband tussen titel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht en goed bestuur lijkt er niet te zijn (of gewoon gezegd: is er niet).
Als toepassing en gebruik van de bepalingen van de Awb worden ingezet door de ombudsman dan is dat geen garantie dat de op basis van diezelfde Awb door hem geformuleerde en tot een bestuursorgaan gerichte aanbevelingen die altijd ook worden gedaan om het bestuur te verbeteren, ter harte worden genomen en zonder talmen worden uitgevoerd. Dit geldt voor de onderzoeken in individuele zaken net zo als in de systematische onderzoeken uit eigen beweging.
Om de bestuursorganen alvast een stapje voor te zijn: jazeker, er gaat ook veel goed. Maar daar gaat dit verhaal niet over. Daar waar het goed gaat komt dat niet door de Awb en daar waar het fout gaat trouwens evenmin. Voorafgaand het inwerking treden van de Awb was dat niet anders. Voor Awb kan dus gerust WNo worden gelezen.