Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/4.2.4.1
4.2.4.1 Nuancering en voordelen van deze doelstelling
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS575530:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Dit heb ik eerder betoogd in Hijink (2006a), p. 21-23. Zie ook de daarin opgenomen verwijzing naar Hansmann/Kraalcman (2004a), p. 17-19.
Waarbij de maatschappelijke welvaart moet worden gezien als de mate van behoeftebevrediging van alle individuen gezamenlijk. In dezelfde zin: Holzhauer/Teijl (1995), p. 6.
In dezelfde zin Hansmann/Kraalcman (2004a), p. 18.
Dat ook de wijze waarop verdeling van de welvaart deel uit maakt van waardering van de (omvang) van welvaart, wordt betoogd door Kaplow/Shavell (2001), p. 986, 989-998 en 1376-1378.
De gedachte achter het idee van 'path dependency' is dat de initiële uitgangspositie en latere vormgeving van het vennootschapsrecht niet rechtlijnig plaatsvindt — en in het verleden ook niet heeft plaatsgevonden — maar dat politieke en culturele invloeden in deze ontwikkeling een belangrijke rol hebben gespeeld. In § 2 van hoofdstuk 5 kom ik hierop meer uitvoerig terug.
Zie in deze zin vooral M. Raaijmakers (2005b), p. 260-263 en Pitlo/Raaijmakers (2006), p. 8-10.
Waarbij ik ter nuancering opmerk dat niet op voorhand precies duidelijk behoeft te zijn wanneer van maximalisering van de maatschappelijke welvaart sprake is.
Het uiteindelijke doel van het vennootschapsrecht dient, in mijn opvatting, het leveren van een bijdrage aan het maximaliseren van de welvaart in de samenleving te zijn.1 lk voeg daar echter, ter nuancering, aan toe dat niet voorshands duidelijk is wanneer van maximalisering van de welvaart in de samenleving sprake is.2 Als gevolg daarvan zal doorgaans evenmin op voorhand duidelijk zijn op welke wijze het vennootschapsrecht moet worden vormgegeven om een zo groot mogelijke bijdrage aan een dergelijke maximalisering te leveren.3 Zo speelt bij de vraag wanneer sprake is van maximalisering van de welvaart het probleem dat het vrijwel onmogelijk is om tot een eenduidige waardering van de maatschappelijke welvaart — laat staan van de maximalisering daarvan — te komen. Indien al, veronderstellenderwijs, wordt aangenomen dat een eenduidige waardering van (maximalisering van) de maatschappelijke welvaart mogelijk is, zullen bovendien ook andere overwegingen bepalend zijn voor de vormgeving van het vennootschapsrecht. Gedacht kan daarbij worden aan sociaal-economische opvattingen over de wijze waarop verdeling van (gemaximaliseerde) maatschappelijke welvaart moet plaatsvinden. 4 Daarnaast wordt de uiteindelijke vormgeving van het vennootschapsrecht eveneens in belangrijke mate bepaald door "path dependent" ontwikkelingen.5
Ondanks deze inherente onvolkomenheden aan de keuze voor "maximalisering van de maatschappelijke welvaart" als uiteindelijke doelstelling van het vennootschapsrecht, biedt deze benadering een aantal voordelen. Ten eerste sluit deze doelstelling goed aan op de binnen de Europese Unie geformuleerde (gewijzigde) Lissabon-doelstellingen om te streven naar vergroting van (economische) groei en werkgelegenheid. Uit de doelstelling vloeit daarnaast impliciet voort dat ruimte dient te bestaan voor ondernemerschap — door sommigen omschreven als "de grondrechtelijke vrijheid van ondernemerschap".6 Ten slotte voorziet deze doelstelling in een richtpunt — een ijkpunt — om te beoordelen óf in het vennootschapsrecht opgenomen voorschriften aan die doelstelling kunnen bijdragen.7