Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/3.3.9.2.4
3.3.9.2.4 Remedies van de begunstigde bij onbehoorlijk beheer van de trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717483:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ingevolge het algemeen trustrecht heeft de trustee een aantal trustrechtelijke verplichtingen ten aanzien van de trustgoederen en de (potentiële) begunstigden. Men denke hierbij onder andere aan het in acht nemen van trustvoorwaarden (art. 3:135 lid 1 BWC), het handelen ten bate van de (potentiële) begunstigde en niet ten eigen bate (art. 3:135 lid 1 BWC), de zorgplicht ten aanzien van de trustgoederen (art. 3:135 lid 2 BWC), het afgescheiden houden van de trustgoederen van overige vermogen (art. 3:137 lid 1 BWC) en het afleggen van rekening en verantwoording (art. 3:137 lid 3 BWC).
Zie ook: art. 3:143 BWC.
De aansprakelijkheid van trustee door middel van een ‘breach of trust’ kan via exoneratieclausules in de trustakte worden beperkt, dan wel uitgesloten. De aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van opzet of bewuste roekeloosheid kan evenwel noch in de trustakte, noch op enige andere wijze worden beperkt of uitgesloten. Zie in dit kader: MvT Landsverordening trust, Publicatieblad 2011, nr. 67, p. 11 en art. 3:143 lid 3 BWC.
J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, p. 839-840; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 747-748; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 292-293; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 313-314; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nr. 639; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 1146.
Zie voor de ‘breach of trust’ in het Anglo-Amerikaanse recht: L. Tucker, N. Le Poidevin & J. Brightwell, Lewin on Trusts, London: Sweet & Maxwell 2020, nr. 39-001 t/m 46-100; J.A. McGhee & S. Elliott, Snell’s Equity, London: Sweet & Maxwell 2020, hoofdstuk 30; G. Virgo, The Principles of Equity & Trusts, Oxford: Oxford University Press 2020, p. 530 e.v.; P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 747 e.v.; J.E. Penner, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2022, p. 312 e.v.; R. Wilson, Halsbury’s Laws of England. Trusts and Powers (volume 98), London: LexisNexis 2019, nrs. 639-697; P. Matthews e.a., Underhill & Hayton. The Law of Trusts and Trustees, London: Butterworths/LexisNexis 2022, p. 1146 e.v.; C. Mitchell, Hayton and Mitchell: Text, Cases and Materials on the Law of Trusts and Equitable Remedies, London: Sweet & Maxwell 2015, p. 413-530; S. Gardner, An Introduction To the Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2011, p. 238 e.v.; Y.C. Wu, Dispositions in breach of trust: A comparison of English and Japanese responses (diss. Oxford), Oxford: 2010, p. 74 e.v.; G. Thomas & A. Hudson, The Law of Trusts, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 871 e.v.
Blijkens art. 3:135 lid 1 BWC is de trustee verplicht de trustgoederen in overeenstemming met de wet en de bepalingen van de trustakte te besturen (lees: beheren) en zijn bevoegdheden in overeenstemming met de aard van de trustgoederen en met de zorgvuldigheid die uit zijn vertrouwenspositie voortvloeit, uit te oefenen.1 Hieruit volgt mijns inziens dat zolang de trustee zich gedraagt als een goede trustee betaamt en handelt overeenkomstig de wet en de in de trustakte neergelegde voorwaarden, de begunstigde zijn handelen dient te respecteren.2 Echter, indien er sprake is van een zogenoemde ‘breach of trust’, oftewel onbehoorlijk beheer van de trust, is de trustee aansprakelijk, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden toegerekend.3/4
Wanneer is er sprake van een ‘breach of trust’, oftewel onbehoorlijk beheer van de trust? De memorie van toelichting beantwoordt deze vraag niet. Naar mijn mening dient onder ‘breach of trust’ – evenals in het Anglo-Amerikaanse trustrecht – te worden verstaan: elk handelen of nalaten van de trustee met betrekking tot de trust dat in strijd is met de verplichtingen voortvloeiend uit het algemeen trustrecht en de in de trustakte neergelegde trustvoorwaarden, ongeacht of dat handelen of nalaten de trust een voordeel of nadeel oplevert.5/6 Vanwege de diverse strekkingen van het trustverband, kunnen ‘breaches of trust’ zich op verschillende wijzen manifesteren en kunnen derhalve oneindig divers zijn. Men denke hierbij bijvoorbeeld aan frauduleuze handelingen van de trustee en het leveren van een goed uit het trustfonds aan de verkeerde begunstigde, alsmede verkeerde investeringen van de trustgoederen gedaan door de trustee die ten goede komen van de begunstigden. Of er daadwerkelijk sprake is van een ‘breach of trust’, oftewel onbehoorlijk beheer van de trust, is mijn inziens afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij rekening dient te worden gehouden met het doel en de strekking van de trust.
Wanneer is vastgesteld dat een trustee een ‘breach of trust heeft gepleegd, oftewel zich schuldig heeft gemaakt aan onbehoorlijk beheer en ten gevolge hiervan aansprakelijk is, dan heeft de begunstigde een aantal remedies die hij tegen de trustee kan inroepen. Daarnaast kan hij onder omstandigheden ook tegen bepaalde derden die bij een ‘breach of trust’ zijn betrokken, optreden.
In het onderstaande worden de belangrijkste remedies van een begunstigde tegen een ‘breach of trust’ kort uiteengezet.
3.3.9.2.4.1 Belangrijkste remedies die tegen een trustee kunnen worden ingeroepen3.3.9.2.4.2 Belangrijkste remedies die tegen derden kunnen worden ingeroepen