Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/6.4.5
6.4.5 Bindende waarde-inlichting
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258524:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
D.G. van Vliet, Douanerecht (2de druk), Deventer: Kluwer 2019, p. 309.
Report on the proposal for a regulation of the European Parliament and of the Council laying down the Union Customs Code (recast) (COM(2012)0064 – C7-0045/2012 – 2012/0027(COD)), A7-0006/2013 van 26 februari 2013.
De introductie van het BWI stond getuige het annual working paper 2017 in het kader van het Customs 2020 Programme op de agenda. Van 1 maart tot en met 8 juni 2018 heeft opvolgend een publieke consultatie plaatsgevonden. Daarop zijn tien standpuntnota’s ingediend en in totaal 200 personen hebben de vragenlijst ingevuld. Tijdens de vergadering van 25-26 april 2019 van de Customs Expert Group (Valuation section) is aangegeven dat projectgroep van Customs 2020 tijdens zijn bijeenkomst op 6 en 7 juni 2019 te Turku, Finland een aanvang maakt met een haalbaarheidsstudie.
Sinds november 2001 onderhandelden de WHO-leden, waaronder de EU, over een nieuw wereldhandelsakkoord tijdens de zogenaamde Doha-ronde. Op 7 december 2013 is het akkoord – het naar de stad van ondertekening genoemde Bali-pakket – gesloten. In artikel 3, lid 9, sub a, onderdeel i worden WHO-leden aangemoedigd om bindende inlichtingen te verstrekken aan marktdeelnemers, welke inlichtingen ertoe strekken om weer te geven wat de geschikte methode of criterium is voor het vaststellen van de douanewaarde. Voorts moet de inlichting zekerheid verschaffen over de wijze waarop deze methode of dit criterium moet worden toegepast voor het vaststellen van de douanewaarde.
G.J. van Slooten, Een “inlichting” is pas een “inlichting” als deze bindend is, Wfr 2018/4, p. 21.
F. Idsinga, B-J. Kalshoven & M. van Herksen, Let’s Tango! The Dance between VAT, Customs and Transfer Pricing, ITPJ 12(5), p. 209.
Om zekerheid te verkrijgen over de indeling van de goederen in de GN of ten aanzien van de oorsprong van de ingevoerde goederen kunnen zogenoemde bindende inlichtingen worden aangevraagd.1 Een bindende inlichting is bindend jegens zowel de houder als de douaneautoriteiten voor een periode van drie jaar. Het bindend karakter brengt met zich dat de douaneautoriteiten niet terug kunnen komen op de indeling van de ingevoerde goederen in de GN of de oorsprong van deze goederen indien ten tijde van het ten invoer aangeven van de goederen de indeling of oorsprong werd gevolgd zoals vastgelegd in respectievelijk de BTI of BOI. De marktdeelnemer is daarnaast gehouden om de indeling of oorsprong te volgen en zover hij dat niet doet en ten gevolge een lager bedrag aan invoerrechten voldoet, kan hij een navordering opgelegd krijgen ongeacht de juistheid van de in de BTI respectievelijk BOI opgenomen indeling of oorsprong voor zover de verjaringstermijn in acht wordt genomen.2 Een BWI zou zekerheid kunnen verschaffen over de toepasselijke waarderingsmethode en de in acht te nemen prijselementen ten aanzien van de relevante feiten en omstandigheden.
Het DWU kent geen expliciete bepaling waaruit volgt dat ook voor de douanewaarde van de ingevoerde goederen een bindende inlichting kan worden aangevraagd. Wel is hierover destijds in het kader van de introductie van het DWU gesproken3 en wordt nog steeds op zowel EU-4 als internationaal5 niveau geëvalueerd in hoeverre er behoefte bestaat aan de (verplichte) introductie van een BWI in het (EU-)douanerecht. Daarnaast biedt artikel 35 DWU de mogelijkheid aan douaneautoriteiten om bindende inlichtingen af te geven voor andere in Titel II genoemde factoren. Naast de indeling en oorsprong van de ingevoerde goederen handelt Titel II over de douanewaarde. De Nederlandse douaneautoriteiten verzetten zich tegen de afgifte van BWI’s op basis van het argument dat de Europese Commissie geen gebruik heeft gemaakt van de aan hem toekomende bevoegdheidsdelegatie ex artikel 36, onderdeel b, GDWU. Met Van Slooten ben ik van mening dat dit argument niet steekhoudend is en dat douaneautoriteiten over moeten gaan tot afgifte van een BWI indien zij daartoe een aanvraag ontvangen.6 Immers, een dergelijk standpunt zou alle DWU-bepalingen ten aanzien waarvan de Europese Commissie geen gebruik heeft gemaakt van de aan hem toekomende delegatie- of uitvoeringsbevoegdheid buiten werking stellen.
Dat neemt niet weg dat een aantal EU-lidstaten de mogelijkheid kennen om individuele afspraken met marktdeelnemers te maken over de toepassing van de douanewaardebepalingen (‘douanewaarde rulings’).7 Indien deze afspraken worden gemaakt onder de vigeur van artikel 35 DWU, zijn de afspraken zowel bindend jegens de douaneautoriteiten als de marktdeelnemer. Indien de afspraak niet op artikel 35 DWU is gestoeld, kan naar mijn mening nog steeds vertrouwen worden ontleend aan de daarin gemaakte afspraken indien de douanewaarde ruling is aan te merken als toezegging zoals bedoeld in onderdeel 6.4.4.