Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/50:50 Toetsing aan goede werking interne markt?
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/50
50 Toetsing aan goede werking interne markt?
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS505226:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Hess 2010, p. 83; H.P. Mansel, K. Thorn en R. Wagner, ‘Europaisches Kollisionsrecht 2012: Voranschreiten des Kodifikationsprozesses – Flickenteppich des Einheitsrechts’, IPRax 2013, p. 1-36.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een tweede subtiele maar potentieel verstrekkende verandering in art. 81 VWEU ten opzichte van art. 65 EG betreft de verwijzing naar de goede werking van de interne markt. Sinds het Verdrag van Amsterdam verwees art. 65 EG naar die maatregelen op het gebied van samenwerking in burgerlijke zaken met grensoverschrijdende gevolgen die moesten worden genomen ‘voorzover nodig voor de goede werking van de interne markt’. Na inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon luidt deze passage in art. 81 lid 2 VWEU ‘met name wanneer dat nodig is voor de goede werking van de interne markt’ (mijn cursivering, JV). Anders gezegd, de noodzaak tot het nemen van maatregelen op basis van art. 81 VWEU behoeft niet langer aan het interne markt-criterium te worden getoetst.
Het tweede lid van art. 81 VWEU geeft een limitatieve opsomming van categorieën van maatregelen. Deze opsomming komt grotendeels overeen met de in artikel 65 EG opgenomen lijst van maatregelen. De bedoelde maatregelen kunnen met name worden genomen wanneer dat nodig is voor de goede werking van de interne markt. Ten opzichte van art. 65 EG zijn nog de maatregelen toegevoegd die zien op het verbeteren van de toegang tot de rechter, de ontwikkeling van alternatieve methoden van geschillenbeslechting en ondersteuning van de opleiding van de magistratuur en justitieel personeel. De maatregelen die de Uniewetgever kan nemen op basis van de competentie van art. 81 VWEU tot het beter stroomlijnen en afstemmen van burgerlijke zaken in de Unie, lijken in potentie onbeperkt. Art. 81 VWEU mandateert in beginsel tot harmonisatie op alle gebieden van het IPR. De intensivering van de Europese samenwerking op het gebied van burgerlijke zaken zet zich onverminderd voort.1