Einde inhoudsopgave
Heffingsmethoden, een valse dichotomie? (FM nr. 156) 2019/3.6.2
3.6.2 Wettelijke maxima
Dr. H.M. Roose, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
Dr. H.M. Roose
- JCDI
JCDI:ADS444758:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 9, lid 3, AWR (tekst 1960).
Bedragen berekend met behulp van: http://www.iisg.nl/hpw/calculate-nl.php.
Artikel 18, lid 1 en artikel 21, lid 1, AWR (tekst 1960).
Wet van 18 december 1997, Stb. 737 (Invoeringswet bestuurlijke boeten) en Wet van 18 december 1997, Stb. 738. De inwerkingtreding was voorzien bij KB van 18 december 1997, Stb. 739.
Artikel 67a, lid 1, AWR.
Artikel 63b Invorderingswet 1990.
Artikelen 67d en 67e AWR.
Artikel 67b, leden 1 en 2, AWR.
Artikel 67c, lid 1, AWR.
Artikel 67f AWR.
Bij de invoering van de AWR was sprake van een zogenoemde verhogingensystematiek die uit twee fasen bestond: 1) het opleggen van de verhoging van 100 procent die voortvloeide uit de wet, en 2) het kwijtscheldingsbesluit van de inspecteur ten aanzien van de verhoging. In de AWR werd een tweedeling gemaakt tussen lichtere verhogingen van vijf en tien procent en zwaardere verhogingen van maximaal 100 procent. Er bestond een verhoging voor het niet indienen van een aangifte met betrekking tot een aanslagbelasting, een verhoging van vijf procent met een minimum van fl. 5 (thans ongeveer € 32) en een maximum van fl. 1.000 (thans ongeveer € 6.500).1, 2 De verhoging bedroeg tien procent met een minimum van fl. 5 bij een naheffingsaanslag ingeval het niet aan opzet of grove schuld van de belasting- of inhoudingsplichtige was te wijten dat te weinig belasting was geheven. De verhogingen van 100 procent werden opgelegd in het geval van navorderingen dan wel naheffingen waarbij sprake was van opzet of grove schuld.3
Het fiscale boete- en strafrecht is op 1 januari 1998 volledig herzien.4 Sindsdien wordt in de AWR onderscheid gemaakt tussen zogenoemde verzuimboeten en vergrijpboeten. Een overzicht van de belangrijkste wettelijke maxima van de verzuim- en vergrijpboeten die horen bij de verschillende overtredingen heb ik opgenomen in onderstaand overzicht (tabel 3).
Tabel 3 Overzicht wettelijke maxima bestuurlijke boeten (percentages en bedragen 2018)
Aangifte te laat
Betaling te laat
Niet of te weinig betaald
Aanslag-belasting
Verzuim5 max. € 5.278
Vergrijp -
Verzuim6 max. € 5.278
Vergrijp -
Verzuim -
Vergrijp7
aanslag: max.100%
navordering: max. 100%
zwartsparen (box 3) max. 300%
Aangifte-belasting
Verzuim8 max. € 131LH € 1.319
Vergrijp -
Verzuim9 max. € 5.278
Vergrijp -
Verzuim -
Vergrijp10
naheffing: max. 100%
Aan een belastingplichtige kan een verzuimboete worden opgelegd als hij een lichte overtreding begaat (bijvoorbeeld het niet tijdig indienen van een aangifte of het niet tijdig voldoen van een verschuldigd bedrag). Dit betreft de wettelijke bepalingen die zijn opgenomen in hoofdstuk VIIIA, afdeling 1, paragraaf 1 van de AWR. Daarnaast bevat artikel 63b, lid 1, Invorderingswet 1990 een verzuimboete in geval van niet-tijdige betaling van een aanslagbelasting. Bepaalde gedragingen vallen onder het zware boeterecht; de vergrijpboeten. Deze kunnen alleen worden beboet als sprake is van opzet of grove schuld. De wettelijke bepalingen hiervoor zijn opgenomen in hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, paragraaf 1 van de AWR.