Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.1.1.1
9.1.1.1 Het Europees semester
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS452871:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Eindverslag van de Taskforce aan de Europese Raad, 21 oktober 2010, 15302/10, par. 42. Het Europees semester is vanaf 2010 ook vastgelegd in de zogeheten Code of Conduct bij het Stabiliteits- en Groeipact.
De verordening noemt in artikel 2-bis slechts enkele aspecten die deel uitmaken van het Europees semester en geeft geen volledig overzicht van de precieze stappen die in het Europees semester gezet worden. Zie daarvoor: https://europa.eu/rapid/press-release_MEMO-13-979_nl.htm; https://www.consilium.europa.eu/nl/policies/european-semester/; https://ec.europa.eu/europe2020/making-it-happen/index_nl.htm.
Kamerstukken II 2013/14, 21501-20, 880; Kamerstukken II 2014/15, 21501-20, 984.
Van de Gronden 2013, p. 361-362.
De eerste toevoeging van Verordening (EU) nr. 1175/2011 betreft de invoering van een Europees semester. Dit omvat een kalender voor de verschillende stappen binnen het multilaterale toezicht. Het Europees semester is een van de voorstellen uit het eindverslag van de taskforce en werd in 2011 voor het eerst toegepast.1 Met deze verordening krijgt het een juridische basis. Het reeds bestaande multilaterale toezicht wordt ingebed in het Europees semester, dat grofweg bestaat uit het opstellen van richtsnoeren door de Europese Commissie, het indienen van stabiliteits- of convergentieprogramma’s en nationale hervormingsprogramma’s door de lidstaten en het verstrekken van landspecifieke aanbevelingen door de Europese Raad.2
Het Europees semester start met de jaarlijkse groeianalyse (ook wel Annual Growth Survey genoemd, hierna: AGS). De Europese Commissie presenteert de AGS tegen het einde van het jaar en geeft daarin aan wat de prioriteiten van de EU zijn voor het komende jaar op het gebied van economische groei en werkgelegenheid. De Commissie geeft hierbij richtsnoeren aan de lidstaten. De lidstaten geven in de maanden die volgen aan hoe zij deze punten gaan omzetten in beleid, waarna de Europese Raad in maart beleidsadviezen verstrekt. In april komt de Europese Commissie met diepgaande evaluaties voor lidstaten met potentiële macro-economische onevenwichtigheden in het kader van Verordening (EU) nr. 1176/2011, waarover meer in par. 9.1.4. Nog diezelfde maand komen de lidstaten met hun stabiliteits- of convergentieprogramma’s over de overheidsfinanciën, en met nationale hervormingsprogramma’s over groei en werkgelegenheid. In mei stelt de Europese Commissie landspecifieke aanbevelingen op, die door de Europese Raad eind juni of begin juli goedgekeurd moeten worden. Vanaf augustus gaan de lidstaten de aanbevelingen implementeren in hun ontwerpbegrotingen, die op 15 oktober bij de Europese Commissie moeten worden ingeleverd. De Europese Commissie monitort vervolgens de tenuitvoerlegging van de gegeven aanbevelingen. Door het beleid via een strikt tijdsschema te coördineren, hopen de lidstaten een meer stabiele economische situatie te bewerkstelligen, zo is het idee van het Europees semester.
In de praktijk heeft Nederland de afgelopen jaren in het kader van het Europees Semester aanbevelingen gekregen over bijvoorbeeld hervormingen op het terrein van de arbeidsmarkt, de zorg, de woningmarkt en het pensioenstelsel.3 Deze aanbevelingen zijn behoorlijk concreet en kunnen betrekking hebben op allerlei verschillende beleidsterreinen. Vanuit het oogpunt van economische afstemming zijn zo ook opmerkingen mogelijk over de inrichting van de verzorgingsstaat en zelfs over het functioneren van de rechtsstaat.4 De Europese Commissie en de Europese Raad kunnen zich via het Europees Semester dus over de hele breedte van het nationale begrotingsbeleid en daarmee over vrijwel alle aangelegenheden uitspreken.