Einde inhoudsopgave
RvdW 2020/1062
Onteigeningsrecht; schadeloosstelling. Geldt als uitgangspunt dat het voordeel dat de onteigenaar als gevolg van aanwezigheid van winbare bodembestanddelen heeft, bij helfte moet worden verdeeld tussen de onteigenaar en de onteigende? Samenhang met zaak 19/02696.
HR 02-10-2020, ECLI:NL:HR:2020:1542
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
2 oktober 2020
- Magistraten
Mrs. G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
19/02697
- Conclusie
A-G mr. W.L. Valk
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Onteigeningsrecht / Onteigening
Onteigeningsrecht / Schadeloosstelling
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1542, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 02‑10‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:285, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 27‑03‑2020
Essentie
Onteigeningsrecht; schadeloosstelling. Geldt als uitgangspunt dat het voordeel dat de onteigenaar als gevolg van aanwezigheid van winbare bodembestanddelen heeft, bij helfte moet worden verdeeld tussen de onteigenaar en de onteigende? Samenhang met zaak 19/02696.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 19/02697
Datum 2 oktober 2020
ARREST
In de zaak van
GEMEENTE BERGEN (L), zetelende te Bergen,
EISERES tot cassatie,
hierna: de Gemeente,
advocaat: T. van Malssen,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerder 2], wonende te [woonplaats],
3. [verweerder 3], wonende te [woonplaats],
4. [verweerster 4], wonende te [woonplaats], ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.