Einde inhoudsopgave
RvdW 2020/1056
Auteursrecht. Vermoeden van overdracht auteursrechten op filmwerken aan producent film (art. 45d (oud) Aw); verhouding tot eerdere overdracht door auteur van zijn rechten aan collectieve beheersorganisatie. Collectief rechtenbeheer op grond van art. 26a Aw; begrip ‘doorgifte via de kabel’; moet worden teruggekomen van HR 28 maart 2014, NJ 2015/365 (Norma/NLKabel)?
HR 02-10-2020, ECLI:NL:HR:2020:1548
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
2 oktober 2020
- Magistraten
Mrs. C.A. Streefkerk, G. Snijders, M.J. Kroeze, C.H. Sieburgh, H.M. Wattendorff
- Zaaknummer
19/00776
- Conclusie
A-G mr. B.J. Drijber
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS236905:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Auteursrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1548, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 02‑10‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:354, Conclusie, Hoge Raad, 20‑03‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑02‑2019
- Wetingang
Art. 1 lid 3 Richtlijn 93/83/EEG (SatKabRichtlijn); art. 26a, 45d (oud) Auteurswet
Essentie
Auteursrecht. Vermoeden van overdracht auteursrechten op filmwerken aan producent film (art. 45d (oud) Aw); verhouding tot eerdere overdracht door auteur van zijn rechten aan collectieve beheersorganisatie. Collectief rechtenbeheer op grond van art. 26a Aw; begrip ‘doorgifte via de kabel’; moet worden teruggekomen van HR 28 maart 2014, NJ 2015/365 (Norma/NLKabel)?
Samenvatting
Het Unierecht laat lidstaten de mogelijkheid om te voorzien in een vermoeden van overdracht van de exploitatierechten van het cinematografisch werk door de maker aan de producent daarvan, vooropgesteld dat dit vermoeden weerlegbaar is zodat de maker iets ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.