Einde inhoudsopgave
De beursvennootschap, corporate governance en strategie (IVOR nr. 120) 2020/3.4.5
3.4.5 Internationalisering van de beursvennootschap
mr. S.B. Garcia Nelen, datum 01-08-2020
- Datum
01-08-2020
- Auteur
mr. S.B. Garcia Nelen
- JCDI
JCDI:ADS232658:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Voetnoten
Voetnoten
Bootsma & Hijink, Ondernemingsrecht 2014/15; Bootsma, Hijink & In ’t Veld, Ondernemingsrecht 2015/120; Hijink, Ondernemingsrecht 2017/146, par. 6; De Brauw 2016, par. 2.
Assink/Slagter 2013 (Deel 1), §147.6.
Zie ook paragraaf 6.1 van dit proefschrift over bescherming tegen dergelijke dreigingen.
IvO/ICGF Working Paper ‘De beurs-NV in den vreemde’ van A.A. Bootsma & J.B.S. Hijink van 14 januari 2014, p. 39; Hijink, Ondernemingsrecht 2017/146, par. 6.
Hijink, Ondernemingsrecht 2017/146, par. 6.
Deze cijfers zijn ontleend aan het IvO/ICGF Working Paper ‘De beurs-NV in den vreemde’ van A.A. Bootsma & J.B.S. Hijink van 14 januari 2014, p. 39; Bootsma & Hijink, Ondernemingsrecht 2014/15; Bootsma, Hijink & In ’t Veld, Ondernemingsrecht 2015/120; en Hijink, Ondernemingsrecht 2017/146, par. 6. Zie hierover ook De Brauw 2016, par. 2. Met name valt binnen het bestek van dit proefschrift de NV naar Nederlands recht en een statutaire zetel in Nederland, maar met een notering aan een beurs (en mogelijk ook een hoofdkantoor) buiten Nederland.
De afname van het absolute aantal beursvennootschappen betekent niet per definitie dat de aandelenmarkt aan belang verliest, zoals blijkt uit een interessant onderzoek dat is opgenomen in Rajan & Zingales 2003, par. 2. Tussen 1913 en 1999 nam het aantal beursvennootschappen in Nederland af van 65,87 per miljoen inwoners (het op één na hoogste aantal van de 24 landen die in het onderzoek betrokken werd) tot 15,14 per miljoen inwoners (iets boven het gemiddelde in die 24 landen, dat ongeveer op 10 ligt). Dit is overigens ook een absolute afname als gecorrigeerd wordt voor de bevolkingstoename. De totale gezamenlijke marktwaarde van die beursvennootschappen gedeeld door het bruto binnenlands product (een vaker gebruikte ratio voor het meten van financiële ontwikkeling, zie Doidge e.a. 2018, par. 2) groeide in Nederland in diezelfde periode van 0,56 naar 2,03 (één van de hoogste aantallen van de 24 betrokken landen). Het absolute aantal beursvennootschappen en het relatieve aantal ten opzichte van het aantal inwoners namen dus weliswaar af, maar de omvang van de beursvennootschappen ten opzichte van het bruto binnenlands product nam in diezelfde periode toe. Die relatieve groei in omvang werd in grote mate in de jaren 1990 gerealiseerd. Franks & Mayer 2017, par. 2, verklaart de relatieve afname van het aantal beursvennootschappen in onder andere Nederland door de zwakke bescherming van beleggers in verhouding tot common law jurisdicties. Uit Doidge e.a. 2018, par. 1, blijkt echter dat de trend van een afname van het aantal beursvennootschappen ook in de Verenigde Staten waarneembaar is en dat de Verenigde Staten relatief gezien zelfs minder beursvennootschappen hebben dan andere landen met vergelijkbare kenmerken. Zij beschrijven dat er in 1997 in totaal 7.509 vennootschappen waren gevestigd in de Verenigde Staten die aldaar een beursnotering hadden en dat dat aantal tegen eind 2016 was afgenomen tot 3.618 vennootschappen. Ook signaleren zij dat er wel een toename is van de marktwaarde van grote (met name technologische) beursvennootschappen en verklaren zij de afname van het totale aantal beursvennootschappen doordat de aandelenmarkten in de Verenigde Staten niet geschikt zijn voor de financieringsbehoeften van jonge bedrijven met vooral immateriële activa. De laatste 15 jaar en met name sinds de financiële crisis komen er jaarlijks steeds minder nieuwe beursnoteringen bij in de Verenigde Staten. Zie Doidge e.a. 2018, par. 1-3. Wel neemt ook daar de marktkapitalisatie van beursvennootschappen toe (Cheffins 2019, p. 356).
Bootsma & Hijink, Ondernemingsrecht 2014/15, par. 1.
Zie artikel 10:118 BW en Dortmond, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/81.
Artikel 2:66 lid 3 BW. Zie Dortmond, Van der Heijden Handboek NV/BV 2013/79.
Artikel 2:119 BW.
De Brauw 2016, par. 2.
De Brauw 2016, par. 2.
Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie nr. 2) 2017, par. 4.9.1.
Pitlo/Raaijmakers, Ondernemingsrecht (Pitlo-serie nr. 2) 2017, par. 4.9.2.
Per mei 2019 waren er 37 SE’s met statutaire zetel in Nederland ingeschreven in het handelsregister. Bekende voorbeelden met een Nederlandse link zijn Airbus Group SE (met zetel in Nederland, maar beursnoteringen buiten Nederland) en Unibail-Rodamco-Westfield SE (met zetel buiten Nederland, maar beursnotering mede in Nederland). Zie ook: Bootsma, Hijink & In ’t Veld, Ondernemingsrecht 2015/120, par. 3.1.
De ‘traditionele’ beursvennootschap, met statutaire zetel en hoofdkantoor in Nederland en (certificaten van) aandelen toegelaten tot de handel op Euronext Amsterdam, maakt steeds meer plaats voor een beursvennootschap die georganiseerd is in een internationale context.1 In de literatuur wordt dit verschijnsel ook wel aangeduid als de multinationale onderneming of multinational (wat overigens ook in de literatuur geen vaststaand begrip is).2 Hiermee wordt over het algemeen gedoeld op een concern dat haar activiteiten uitoefent door middel van entiteiten in verschillende landen. De globalisering en liberalisering van de westerse economieën heeft ertoe geleid dat de economische activiteiten van de ondernemingen minder gebonden zijn aan het land van herkomst. Dit vertaalt zich in het feit dat de hoofdkantoren en overige belangrijke locaties (zoals voor productie-, onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten) van Nederlandse beursvennootschappen, anders dan vroeger, tegenwoordig vaak niet meer in Nederland zijn gevestigd. Over de internationalisering van het aandeelhoudersbestand van AEX-genoteerde beursvennootschappen schreef ik al in paragraaf 1.3 van dit proefschrift. Het bedrijfsleven is geïnternationaliseerd en het bestuur van een beursvennootschap dient in zijn besluitvorming ook rekening te houden met de belangen van haar niet-Nederlandse stakeholders. In die zin is de internationalisering van de beursvennootschap een ontwikkeling die bijdraagt aan de economische groei van de beursvennootschappen, maar die ook voor aanvullende uitdagingen zorgt, omdat daarmee het besluitvormingsproces voor het bestuur verder wordt gecompliceerd en de beursvennootschap verder wordt blootgesteld aan bedreigingen door vijandige overnamepogingen en aandeelhoudersactivisme door buitenlandse partijen.3
Een bijzondere internationaliseringsontwikkeling is merkbaar op het gebied van beursnoteringen. Onderzoek laat zien dat relatief steeds meer beursvennootschappen genoteerd zijn aan een buitenlandse beurs. Eind 2003 waren er 188 beursvennootschappen, waarvan 160 hun primaire notering hadden aan Euronext Amsterdam en 28 aan een buitenlandse beurs (ook wel: beurs-NV’s in den vreemde).4 Op 30 september 2017 waren er 163 beursvennootschappen, waarvan 99 hun primaire notering hadden aan Euronext Amsterdam en 64 aan een buitenlandse beurs.5 Deze gegevens zijn onderdeel van een duidelijke trend, zoals de tabel hieronder laat zien.6
2003
2005
2007
2009
2011
2013
2015
2017
Totaal aantal beursvennootschappen7
188
177
195
179
167
145
155
163
Beursvennootschappen met primaire notering aan Euronext Amsterdam
160
143
134
118
105
98
99
99
Beursvennootschappen met primaire notering in den vreemde
28
34
61
61
62
47
56
64
Het staat een NV in beginsel vrij om haar (certificaten van) aandelen toe te doen laten tot de handel aan een buitenlandse beurs.8 Zelfs als een dergelijke NV naast een buitenlandse beursnotering ook haar hoofdkantoor buiten Nederland heeft valt zij juridisch nog altijd te kwalificeren als beursvennootschap met een Nederlandse ‘nationaliteit’, zolang zij is opgericht naar Nederlands recht en haar statutaire zetel in Nederland heeft.9 Overigens kan de NV niet naar Nederlands recht worden opgericht als zij haar statutaire zetel niet in Nederland heeft.10 Wel kan zij een (hoofd)kantooradres in het buitenland hebben. Het gevolg van het hebben van de Nederlandse nationaliteit is onder andere dat de interne organisatie van de NV wordt beheerst door Nederlands recht.11
Er zijn diverse redenen voor bedrijven om te incorporeren als een Nederlandse NV, maar toch in het buitenland genoteerd te willen zijn. Het kan gaan om Nederlandse ondernemingen die liever geld op willen halen op de Amerikaanse kapitaalmarkt dan de Nederlandse, maar ook om buitenlandse ondernemingen die om strategische, fiscale of ondernemingsrechtelijke redenen kiezen voor een juridische herplaatsing naar Nederland zonder de buitenlandse beursnotering te wijzigen.12 Een dergelijke herplaatsing kan onderdeel zijn van een strategische transactie, bijvoorbeeld bij de oprichting van een gezamenlijke houdstervennootschap op neutraal grondgebied bij een fusie van gelijken, of kan zijn ingegeven door de wens de belastingdruk te verlagen (dit is veelal het geval bij zogenaamde inversions) of om als buitenlandse vennootschap te herincorporeren als een NV om op die manier gebruik te kunnen maken van vormen van bescherming tegen vijandige overnames die mogelijk zijn onder Nederlands recht.13
Tot slot merk ik nog op dat ook een andere internationale faciliteit relevant kan zijn in het Nederlandse beurslandschap. Een Europese vennootschap of Societas Europaea (SE) kan het karakter hebben van een beurs-NV indien zij haar zetel heeft in Nederland.14 De Nederlandse regels die gelden voor een beursgang en het doorlopend toezicht daarna alsook de aanvullende eisen voor het jaarverslag, waaronder de rapportage over de Corporate Governance Code, gelden ook voor dergelijke SE’s.15 Voorts gelden voor SE’s mede de wettelijke voorschriften van de lidstaten welke zouden gelden voor een naamloze vennootschap die is opgericht overeenkomstig het recht van de lidstaat waar de SE haar statutaire zetel heeft.16 Wanneer de SE haar statutaire zetel in Nederland heeft geldt dus mede het Nederlandse NV-recht. In Nederland zijn de SE en overige Europese rechtsvormen vooralsnog niet populair.17 Ik laat ze in deze dissertatie grotendeels buiten beschouwing.