De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten
Einde inhoudsopgave
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/5.3.3.3:5.3.3.3 Beëindiging van de overeenkomst door de ISP: art. 6:237 sub d BW
De overeenkomst van Internet Service Providers met consumenten (R&P nr. 149) 2007/5.3.3.3
5.3.3.3 Beëindiging van de overeenkomst door de ISP: art. 6:237 sub d BW
Documentgegevens:
mr. L.A.R. Siemerink, datum 13-03-2007
- Datum
13-03-2007
- Auteur
mr. L.A.R. Siemerink
- JCDI
JCDI:ADS384404:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 5.3.3.1 'Uitsluiting/beperking ontbindingsrecht: art. 6:236 sub b BW.
Zie bijlage paragraaf 52 'Specifieke bedingen', onderdeel 0. Overmacht.
Zie ook hoofdstuk 6 paragraaf 6.3.2.3 'Overmachtbeding: art. 6:237 sub f BW'.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 6:236 sub b BW worden bedingen ontoelaatbaar geacht die het ontbindingsrecht van de klant uitsluiten of beperken.1 Bedingen die de wettelijke mogelijkheden van de ISP tot beëindiging van de overeenkomst uitbreiden, vallen echter onder de grijze lijst. Op grond van art. 6:237 sub d BW wordt in overeenkomsten met een consument vermoed onredelijk bezwarend te zijn een beding in algemene voorwaarden dat de ISP van zijn gebondenheid aan de overeenkomst bevrijdt of hem de bevoegdheid daartoe geeft anders dan op de in de overeenkomst vermelde gronden die van dien aard zijn dat deze gebondenheid niet meer van hem kan worden gevergd. Een dergelijk beding wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn omdat het bewerkstelligt dat de klant in het geheel geen recht heeft op de overeengekomen prestatie. De vraag of voldoende met de belangen van de klant rekening wordt gehouden staat daarbij centraal.
Het kan gaan om bedingen die omstandigheden aan de zijde van de ISP betreffen. Bijvoorbeeld een beding dat de ISP het recht geeft om zich in meer gevallen op overmacht te beroepen dan uit de wet voortvloeit. Voorbeeld van een zodanig beding is:
'Alle omstandigheden, waarvoor wij niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld, in het bijzonder staking, uitsluiting, bedrijfsstoornissen van onverschillig welke aard, gebrek aan materiaal, evenals daarmee gelijk te achten omstandigheden, ontheffen ons van de verplichtingen en geven ons het recht de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te beëindigen.'2
In dit beding wordt een aantal omstandigheden genoemd die in de risicosfeer liggen van de ISP en niet op de klant behoren te worden afgewenteld. Voorts worden omstandigheden genoemd die á te onbepaald zijn of die in ieder geval niet altijd het vergaande gevolg van beëindiging van de overeenkomst rechtvaardigen.3
Daarnaast kan het gaan om bedingen die omstandigheden betreffen aan de zijde van de klant. Bijvoorbeeld een beding dat voor de klant nadelige consequenties verbindt aan omstandigheden die volgens de wet (nog) geen tekortkoming in de nakoming van de ISP opleveren. Tegen beëindigingsbedingen als zodanig bestaat geen bezwaar. Er moet echter op redelijke wijze met de belangen van de klant worden rekening gehouden. Dit betekent in de eerste plaats dat de grond voor beëindiging in de overeenkomst moet zijn vermeld. Deze grond zal in sommige gevallen slechts op vrij globale wijze kunnen worden gegeven. In de tweede plaats dient deze grond van zodanig gewicht te zijn dat verdere gebondenheid niet van de ISP kan worden gevergd. De ISP zal moeten aantonen dat de grond van voldoende gewicht is.