Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/3.8:3.8 Verrekening en verjaring onder de bv 1845
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/3.8
3.8 Verrekening en verjaring onder de bv 1845
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS610830:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Art. 111w 1845.
Zie rechtbank Rotterdam 3 augustus 1990, V-N 1990, p. 2918, Hof 's-Gravenhage 20 februari 1992 (appel van voormelde uitspraak rechtbank Rotterdam), V-N 1992, p. 1206 e.v. en rechtbank Rotterdam 14 augustus 1992, V-N 1992, p. 2618 e.v. Deze uitspraken geven hier verder geen aanleiding tot een nadere bespreking. Zie eveneens § 5.6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Onder de Iw 1845 gold een verjaringstermijn van drie jaar 1 Onder de Iw 1990 is dit vijf jaar geworden. In de Iw 1845 was niet expliciet opgenomen dat met de verjaring van een vordering van de fiscus tevens het recht op verrekening verviel. Desondanks blijkt uit een drietal 'lagere' uitspraken dat de rechtspraak onder de werking van de 1w 1845 aannam dat met verjaring van de vordering van de fiscus ook de mogelijkheid voor de fiscus wegviel om deze verjaarde vordering nog in verrekening te brengen.2