Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/0.1
0.1 Het onderwerp van deze studie
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS575522:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In de volgende paragrafen werk ik meer in detail de afzonderlijke elementen van deze omschrijving uit.
Zie voor een voorbeeld, maar dan gericht op informatieverstrekking door financiële ondernemingen aan consumenten, 't Hart/Du Perron (2006), p. 103 e.v.
In de volgende paragrafen definieer ik meer precies de afzonderlijke elementen van deze omschrijving.
Brandeis (1914), p. 92. Het volledige boek van Brandeis is ook te raadplegen op internet (http://library.louisville.edu/law/brandeis/opm-toc.html). Het aangehaalde citaat is afkomstig uit hoofdstuk 5.
Aldus Raaijmakers in Pitlo/Raaijmakers (2006), p. 364.
Nederveen (2006), p. 2-3.
Vgl. Paredes (2003), p. 463.
Hierover uitgebreid Thel (1990), p. 40-406, in het bijzonder voetnoot 90, en Mahoney (1995), p. 1072-1073.
Vrij naar de woorden van Martinus Nijhoff' — in zijn vers 'Tweeërlei Dood' — 'mijn woorden, stijgend, zingen zich los van hunne beteekenissen'.
Beursvennootschappen — vennootschappen waarvan (certificaten van) aandelen of obligaties tot de handel van een effectenmarkt zijn toegelaten1 — zijn verplicht grote hoeveelheden informatie te publiceren. Het publiceren van die informatie brengt voor beursvennootschappen hoge kosten met zich. Ook ontstaat soms de indruk dat de afnemers van die informatie, vanwege de grote hoeveelheid, "door de bomen het bos niet meer zien". Waarom beursvennootschappen informatie moeten publiceren en of het opleggen van deze verplichting effectief en (kosten)efficiënt is, zijn vragen die echter maar zelden worden gesteld.2
Om een oordeel te kunnen vellen over de effectiviteit van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen — de verplichtingen om, op vooraf bepaalde tijdstippen of wanneer zich vooraf omschreven gebeurtenissen voordoen, informatie te publiceren3 — dient eerst duidelijk te zijn wat de functies en doelstellingen van die verplichtingen zijn. Dat is niet altijd het geval. Zo is door de beroemde Amerikaanse jurist Louis D. Brandeis, inmiddels bijna een eeuw geleden, opgemerkt dat "Publicity is justly commended as a remedy for social and industrial diseases. Sunlight is said to be the best of disinfectants; electric light the most efficient policeman."4Niet zelden is geschreven dat dit citaat "de overheersende filosofie"5 en de "leidende gedachte"6 van het Amerikaanse effectenrecht weergeven. Brandeis' woorden zouden tot uitdrukking brengen welke rol publiciteit speelt "in deterring corporate misconduct".7 Daarmee wordt aan de woorden van Brandeis echter een reikwijdte toebedacht die ver af ligt van zijn oorspronkelijke bedoeling. Brandeis' "sunlight doctrine" beperkte zich namelijk — slechts — tot de verplichte openbaarmaking van vergoedingen aan "investment bankers" die "underwriter-activiteiten" verrichten.8 Een onderwerp dat thans overigens weer actueel is.
Dat een kleine eeuw later aan Brandeis' woorden een heel andere, en meeromvattende, betekenis wordt toegekend, is exemplarisch voor de wijze waarop de strekking van een uitdrukking in de loop der tijd kan wijzigen. Dit "loszingen van de betekenis"9 lijkt ook te gelden voor de doelstellingen en functies die zijn toebedacht aan de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen. Welke doelstellingen en functies deze verplichtingen — wel — hebben en of de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen erin (kunnen) slagen deze doelstellingen op efficiënte wijze te bereiken, vormt het onderwerp van deze studie. Daarbij wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen in het Nederlandse recht.