Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/0.3
0.3 De toedeling van publicatieverplichtingen: (ook) international relevant
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS581485:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Aldus J.W. Winter (2001), p. 4.
Vgl. naar aanleiding van Hijink (2006a): Timmerman (2006a) die op p. 523 opmerkt 'niet te geloven in scherpe demarcatielijnen tussen rechtsgebieden.' Bij de beschouwingen in deze studie is inspiratie ontleend aan Ferran's opvatting — kenbaar uit Ferran (2004b), op p. 431 dat 'in raising the question of allocation of regulatory functions relating to corporate govemance disclosures there is linie point in becoming preoccupied with conceptual niceties. Instead it is more fruitful to be pragmatically and practically focussed.'
Zie ook reeds Hijink (2006a), p. 32-45 en p. 93-95. Hierover ook Jaap Winter (2006), p. 622 en reeds eerder J.W. Winter (2001a).
Hierover reeds Hijink (2006a), p. 35-41. Een sprekend voorbeeld daarvan is het uiteenlopen van de territoriale reikwijdte van corporate govemance codes in de rechtstelsels van verschillende Europese landen. Zie hierover Wymeersch (2005), p. 2-3 Als gevolg van Richtlijn 2006/46/EG heeft inmiddels enige mate van harmonisering van het toepassingsbereik van de deze codes plaatsgevonden. Door het European Corporate Governance Forum is op 23 maart 2009 echter terecht gewezen op het blijvende bestaan van de mogelijkheid dat op een Europese beursvennootschap een dubbele of juist geen enkele corporate govemance code toepasselijk is. Vgl. de oplossing die het Forum daarvoor voorstelt in haar aanbeveling van 23 maart 2009 (http://ec.europa.eu/intemal_market/company/docs/ecgforum/ecgfcrossborderen.pdf).
Een bijzonderheid van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen is dat zij gedeeltelijk zijn opgenomen in het vennootschapsrecht en gedeeltelijk in het effectenrecht. Van een systematische toedeling lijkt echter geen sprake te zijn. Voor de toedeling van de publicatieverplichtingen geldt hierdoor, zoals door Winter eens is betoogd in een breder perspectief, dat "wat in het effectenrecht en wat in het vennootschapsrecht terecht komt, (...) soms iets willekeurigs [heeft] en (...) ten dele [wordt] bepaald door lokale tradities en voorkeuren."1 Hoewel het trekken van "scherpe demarcatielijnen tussen rechtsgebieden"2 niet een doel in zichzelf is, bestaan goede redenen om te onderzoeken op basis van welke criteria toedeling van de publicatieverplichtingen aan beursvennootschappen aan het vennootschapsrecht, respectievelijk het effectenrecht plaatsvindt. Eén van die redenen is de uiteenlopende jurisdictionele claim van beide rechtsgebieden en de uiteenlopende vormgeving van het toezicht op en de handhaving van vennootschapsrechtelijke en effectenrechtelijke voorschriften.3 Omdat de publicatieverplichtingen in het vennootschapsrecht en in het effectenrecht elkaar op onderdelen overlappen, hebben de verschillen in jurisdictionele reikwijdte en in de vormgeving van toezicht en handhaving geleid tot complicaties, met name in grensoverschrijdende situaties.4 Tegelijkertijd heeft de regulering van beursvennootschappen, in navolging van de activiteiten die beursvennootschappen uitoefenen, een grensoverschrijdend karakter gekregen. In toenemende mate ontwikkelt "de" wet- en regelgeving van staten zich tot een concurrentiefactor voor het aantrekken van vestigingen van (beurs)vennootschappen of van investeringen. Een systematisch en internationaal verantwoorde toedeling van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen aan de onderscheidenlijke rechtsgebieden wordt hierdoor steeds belangrijker.
De toedeling van de publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen aan het vennootschapsrecht en het effectenrecht, en de onderlinge afbakening tussen deze rechtsgebieden, wordt beïnvloed door de doelstellingen en functies die aan de publicatieverplichtingen ten grondslag liggen. Vergroting van het inzicht over deze doelstellingen en functies van de publicatieverplichtingen is hierdoor niet alleen van belang met het oog op de effectiviteit van die verplichtingen. Vergroting van dit inzicht leidt er eveneens toe dat een beter onderbouwde toedeling kan plaatsvinden dan op basis van "lokale tradities en voorkeuren." Dit geldt zowel in internationale verhoudingen als binnen het Nederlandse recht.