Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/1.2.2
1.2.2 Wetten en overeenkomsten
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS394800:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ik gebruik hier de term 'openbare' lichamen om aan te geven dat deze in een aantal landen een publiekrechtelijke achtergrond hebben en geen privaatrechtelijke, zoals de Bureaus die een verenigingsstructuur plegen te hebben. Zo in Frankrijk, Italië, Portugal en Spanje, waar de waarborgfondsen dicht bij de staat staan of daarvan zelfs een onderdeel uitmaken, zoals ook het Nederlandse Waarborgfonds Motorverkeer vóór de privatisering in 1989. Er zijn echter uitzonderingen op deze 'regel'. Zo wordt de functie van waarborgfonds in Groot Brittannië en in Ierland uitgeoefend door dezelfde vereniging die de rol van Bureau vervult. Ook in Scandinavië vallen deze functies vaak samen. Omgekeerd kan men niet volhouden dat de privaatrechtelijke vorm van de Bureaus aan een publiekrechtelijke taak in de weg staat.
Deze beslissingen zijn 'gecodificeerd' in het Explanatory Memorandum (Frans: Commentaire), dat ook alleen voor intern gebruik van de Bureaus is bestemd.
De EER bestaat uit de lidstaten van de EU, aangevuld met de landen die bij de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) zijn aangesloten: IJsland, Liechtenstein en Noorwegen. De met deze landen gelijkgestelde staten zijn Andorra, Kroatië en Zwitserland. Zie verder par. 3.3.2.
Een tweede reden voor de complexiteit van het onderwerp ligt daarin dat een belangrijke plaats is ingeruimd voor het contractenrecht: overeenkomsten, gesloten tussen nationale organisaties van verzekeraars (de Bureaus), maar ook tussen meer openbare nationale lichamen, zoals de waarborgfondsen en de schadevergoedingsorganen.1
Anders dan de wetgeving waarvan in de vorige paragraaf sprake was, zijn deze overeenkomsten minder goed toegankelijk. De centrale overeenkomst tussen de Bureaus mag dan wel zijn gepubliceerd door de EU, maar met het kennisnemen van deze tekst is men er niet. De Bureaus hebben in de loop der jaren - sinds de inwerkingtreding van het groenekaartstelsel in 1953 - in ruime mate uitleg gegeven aan deze overeenkomsten en in de vorm van beslissingen, vaak aan de hand van concrete probleemgevallen, een soort 'jurisprudentie' opgebouwd. Kennis daarvan is onontbeerlijk om het groenekaartstelsel te doorgronden, maar deze beslissingen worden niet gepubliceerd en zijn ook niet toegankelijk voor het publiek.2
De overeenkomsten tussen de waarborgfondsen en de schadevergoedingsorganen zijn te vinden op de website van de samenwerkende schadevergoedingsorganen en waarborgfondsen: www.4directive.org.
De overeenkomsten tussen de Bureaus regelen een breed scala aan onderwerpen die in de Richtlijn ongeregeld blijven, maar die noodzakelijk uitgewerkt moeten worden om het door de Richtlijn in het leven geroepen stelsel te laten functioneren. Bovendien moet worden bedacht dat de Richtlijn alleen betrekking heeft op de landen die tot de Europese Economische Ruimte (EER) behoren, uitgebreid met enige landen die met de lidstaten gelijk worden gesteld.3 Het groenekaartstelsel omvat echter meer landen en de relaties tussen de Bureaus van deze niet-lidstaten onderling, maar ook van de lidstaten met niet-lidstaten, moeten ook worden geregeld en dat gebeurt eveneens in deze overeenkomsten.
De overeenkomsten tussen de schadevergoedingsorganen lijken in een aantal opzichten op die tussen de Bureaus, zijn daardoor ook geïnspireerd, maar moeten toch afzonderlijk worden besproken. Zij betreffen vooral de verplichtingen van de schadevergoedingsorganen over en weer in het kader van het regelen van een schadegeval en de restitutiemodaliteiten.
De waarborgfondsen staan ook in een contractuele verhouding tot elkaar. Deze overeenkomsten zien echter op een aantal bijzondere situaties: insolventie van een verzekeringsmaatschappij en de afwikkeling van schadegevallen onder de 4e Richtlijn.
Deze overeenkomsten - die voor de benadeelde van weinig belang zijn, anders dan die tussen de Bureaus - zullen slechts kort worden belicht.