Niet-betaling in de btw
Einde inhoudsopgave
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.5.3:2.4.5.3 Slotsom
Niet-betaling in de btw (FM nr. 152) 2018/2.4.5.3
2.4.5.3 Slotsom
Documentgegevens:
dr. mr. B.G.A. Heijnen, datum 01-03-2018
- Datum
01-03-2018
- Auteur
dr. mr. B.G.A. Heijnen
- JCDI
JCDI:ADS501411:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Algemeen
Omzetbelasting / Algemeen
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vastgesteld moet worden dat het neutraliteitsbeginsel bijzonder lastig te duiden is en zijn verschillende hoedanigheden zich niet altijd even eenvoudig laten vangen in afgebakende categorieën. Zowel uit de literatuur als uit de rechtspraak van het HvJ volgt dat er weliswaar verschillende dimensies van het neutraliteitsbeginsel kunnen worden onderscheiden, maar dat deze bijzonder nauw met elkaar vervlochten zijn. Naar mijn idee houden zij dermate nauw met elkaar verband dat zij niet altijd op zichzelf (kunnen) staan. Ik ben van mening dat alle in de literatuur en rechtspraak geïdentificeerde verschijningsvormen van het neutraliteitsbeginsel uiteindelijk kunnen worden teruggevoerd op de in de stelselrichtlijnen opgetekende (mededingings)neutraliteit. Een belangrijk aspect bij de eerbiediging van dit beginsel is dat de ondernemer als belastingontvanger voor rekening van de staat zo veel mogelijk moet worden bevrijd van belasting (lees: de inwendige neutraliteit c.q. het verbod op cumulatie van btw zo veel mogelijk moet worden gewaarborgd). Als de btw namelijk een last voor de ondernemer vormt, bijvoorbeeld omdat hem een belastingteruggaaf wordt ontzegd, waardoor in de bedrijfskolom cumulatie ontstaat, dan heeft dat ontegenzeggelijk effect op de positie van de betreffende ondernemer en zijn producten ten opzichte van andere(n). Met het begrip (mededingings)neutraliteit, zoals de Uniewetgever dit voor ogen heeft gehad, kunnen aldus alle aspecten van het neutraliteitsbeginsel worden ontvangen.