Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/6.2.3.3
6.2.3.3 Geen beperkingen bij begunstigingen uit levensverzekeringen
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232447:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De levensverzekering is een species van het genus sommenverzekering en is geregeld in artikel 7:964 e.v. BW.
Voor het tot 2006 geldende verzekeringsrecht werd dit ook al aangenomen op grond van de zogenoemde ‘leer van het voor zichzelf bedongen recht’, zie Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX 2019/701; W.M.A. Kalkman, De overeenkomst van levensverzekering, (Recht en Praktijk –Verzekeringsrecht deel 3), derde druk, Deventer: Kluwer 2013, p. 175.
W.M.A. Kalkman, De overeenkomst van levensverzekering (Recht en Praktijk – Verzekeringsrecht deel 3), derde druk, Deventer: Kluwer 2013, p. 173-174.
Artikel 7:967 lid 5 BW is ingevoegd bij de tweede nota van wijziging, Kamerstukken II 2001-2002, 19529, nr. 8, om buiten twijfel te stellen dat wanneer de verzekeringnemer zijn nalatenschap als begunstigde heeft aangewezen, de erfgenamen die in de nalatenschap delen, de uitkering op grond van een eigen recht verkrijgen. Zie ook de toelichting op deze bepaling, Kamerstukken II 2001-2002, 19529, nr. 7, p. 2. en Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX 2019/731. Zie ook M.L. Hendrikse, P.H.J.G. van Huizen & J.G.J. Rinkes (red.), Verzekeringsrecht (Recht en Praktijk nr. VR2), Deventer: Wolters Kluwer 2015/26.3.4.
Asser/Wansink, Van Tiggele & Salomons 7-IX 2019/703; W.M.A. Kalkman, De overeenkomst van levensverzekering, (Recht en Praktijk – Verzekeringsrecht deel 3), derde druk, Deventer: Kluwer 2013, p. 180-181.
Als een erflater bij dode een stichting wil oprichten en deze wil voorzien van een bepaald vermogen zonder daarvoor rechtstreeks uit de nalatenschap te putten, kan hij een levensverzekering afsluiten ten behoeve van de bij dode op te richten stichting.1
Een bij dode op te richten stichting kan op drie manieren voordeel trekken uit een door de erflater afgesloten levensverzekering. De eerste mogelijkheid is dat de erflater een levensverzekering afsluit en geen begunstigde aanwijst of, als er wel begunstigden zijn aangewezen, alle begunstigden inmiddels ontbreken, zijn overleden of weigeren de uitkering te aanvaarden. Op grond van artikel 7:967 lid 8 BW wordt de erflater dan geacht de uitkering voor zichzelf of voor zijn nalatenschap te hebben bedongen.2 Hierdoor worden zijn erfgenamen bevoordeeld.3 Het gevolg hiervan is, dat de uitkering in de nalatenschap van erflater valt zodat daaruit de schulden van de nalatenschap kunnen worden voldaan terwijl het restant toekomt aan de erfgenamen. Als de bij dode opgerichte stichting erfgenaam is, dan zal dit restant aan haar toekomen en valt zij te zien als indirect begunstigde van de levensverzekering.
De tweede mogelijkheid is dat de erflater zijn nalatenschap als begunstigde heeft aangewezen (artikel 7:967 lid 5 BW). Ook in dit geval is de bij dode opgerichte stichting indirect begunstigde van de levensverzekering als zij erfgenaam is. Als de erflater zijn nalatenschap heeft aangewezen als begunstigde, betekent dat niet dat de uitkering in de nalatenschap valt, maar dat de erfgenamen die de nalatenschap hebben aanvaard de (indirect) begunstigden zijn. Zij zijn de begunstigden naar rato van hun erfdeel. De verkrijging van de erfgenamen is op grond van de leer van het zelfstandig recht een eigen recht.4 De aanwijzing van de nalatenschap is daardoor een derdenbeding.5 Van een derdenbeding is sprake wanneer een derde het recht heeft een prestatie van een van de partijen bij de overeenkomst te vorderen als de overeenkomst een beding van die strekking bevat en de derde dit beding aanvaardt. Het spreekt voor zich, dat de bij dode opgerichte stichting ten opzichte van de erflater een derde is.
De derde manier waarop een bij dode opgerichte stichting bij een levensverzekering kan worden bevoordeeld, is als de erflater de bij dode opgerichte stichting rechtstreeks als begunstigde aanwijst. De bij dode opgerichte stichting is dan de directe begunstigde uit de polis.
Omdat ten aanzien van de bij dode opgerichte stichting enkele bijzonderheden gelden ten aanzien van de begunstiging, zal ik hierna kort ingaan op de indirecte en directe begunstiging.
6.2.3.3.1 De indirecte begunstiging (via begunstiging van de erflater of nalatenschap)6.2.3.3.2 De directe begunstiging (via de stichting)