Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt
Einde inhoudsopgave
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/4.3.4:4.3.4 Samenvatting onderdelen 4.2 en 4.3
Aftrek van BTW als (belaste) omzet ontbreekt (FM nr. 134) 2010/4.3.4
4.3.4 Samenvatting onderdelen 4.2 en 4.3
Documentgegevens:
dr. S.T.M. Beelen, datum 01-03-2010
- Datum
01-03-2010
- Auteur
dr. S.T.M. Beelen
- JCDI
JCDI:ADS301971:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Europees belastingrecht / Richtlijnen EU
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De op het eerste gezicht strikte regel dat de btw die drukt op aan de belastingplichtige geleverde goederen en verrichte diensten alleen aftrekbaar is als de goederen en diensten gebruikt worden voor belaste prestaties, past het Hof van Justitie EU niet in alle strengheid toe bij beginnende ondernemers en bij ondernemers die de aangeschafte goederen en diensten door omstandigheden buiten hun wil niet gebruiken.
Bij een beginnende belastingplichtige, die kan aantonen dat hij voornemens is belaste prestaties te gaan verrichten, ontstaat een onmiddellijk recht op aftrek op het moment dat aan hem btw in rekening wordt gebracht, ongeacht of de Belastingdienst het ondernemerschap formeel erkent. Het nog niet gebruiken van de aan hem geleverde goederen en diensten voor belaste prestaties staat niet in de weg aan de onmiddellijke aftrek. De omvang van het recht op aftrek is afhankelijk van het daadwerkelijk of voorgenomen gebruik.
De aftrek blijft in beginsel in stand als de voorgenomen activiteiten geen doorgang vinden en er geen belaste prestaties worden verricht. Aan de (rechts)persoon kan de hoedanigheid van btw-belastingplichtige niet met terugwerkende kracht worden ontnomen ook indien het voorgenomen gebruik niet wordt omgezet in daadwerkelijk gebruik. Op dezelfde wijze blijft het recht op aftrek in stand wanneer de belastingplichtige de aangeschafte goederen of diensten wegens omstandigheden buiten zijn wil niet heeft kunnen gebruiken voor belaste prestaties. Het uitgangspunt dat het recht op aftrek, als het eenmaal is ontstaan, verworven blijft, wordt alleen verlaten in het geval sprake is van fraude of misbruik en in het geval van eventuele herzieningen overeenkomstig de voorwaarden van de art. 184 t/m 192 btw-richtlijn (art. 20 Zesde richtlijn). De herzieningsregels van art. 184 t/m 192 btw-richtlijn staan toe dat in geval van niet-gebruik de aftrek wordt herzien, behalve wanneer het niet-gebruik zijn oorzaak vindt in vernietiging, verlies of diefstal. Per lidstaat zal bekeken moeten worden of en, zo ja welke, regels voor het geval van niet-gebruik zijn gesteld.
Niet-gebruik kan btw-technisch alleen aan de orde zijn bij (1) goederen, niet zijnde voorraad, waarop de belastingplichtige afschrijft (investeringsgoederen/ materiële vaste activa) en die hij geheel of gedeeltelijk tot het bedrijfsvermogen heeft bestemd, (2) goederen die tot de voorraad van de belastingplichtige behoren en (3) diensten die kwalificeren als immateriële vaste activa of worden geactiveerd als waardetoevoeging van materiële vaste activa.