Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/10.5.0:10.5.0 Introductie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/10.5.0
10.5.0 Introductie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS417452:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit par. 10.4 volgt dat in beginsel steeds verschillende overgangsmaatregelen geschikt zijn om de ongewenste gevolgen van werking weg te nemen of te beperken. Het antwoord op de vraag welke overgangsmaatregel in een bepaalde overgangssituatie het meest gewenst is, wordt gestuurd door de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid. Deze beginselen maken inzichtelijk welke belangen een rol spelen. Indien deze belangen vervolgens in belangrijkheid worden gerangschikt, wordt duidelijker welke overgangsmaatregel het meest gewenst is.
Als bijvoorbeeld bij een belastende wetswijziging door het parlement veel waarde wordt gehecht aan het beginsel van eerbiediging van gerechtvaardigde verwachtingen zal een overgangsmaatregel in de vorm van eerbiedigende werking volgens de Tweede Kamer gewenst zijn. Indien daarentegen door de staatssecretaris van Financiën meer gewicht wordt toegekend aan het gelijkheidsbeginsel zal in het wetsvoorstel waarschijnlijk niet zijn voorzien in een overgangsmaatregel in de vorm van eerbiedigende werking omdat deze overgangsmaatregel tot de grootste mate van onderscheid leidt.
Het wegen van de verschillende belangen wordt uiteindelijk gedaan door politici. Naast de door mij geformuleerde beginselen van behoorlijk overgangsbeleid zullen zij daarbij ook budgettaire belangen in de afweging betrekken. Zoals aangegeven in par. 1.2.3, betrek ik deze zuiver budgettaire afweging niet in mijn beoordelingskader. Het hierna te schetsen beoordelingskader is dan ook louter gebaseerd op de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid.
Hierna ga ik nader in op de rol die de verschillende beginselen van behoorlijk overgangsbeleid spelen bij de keuze voor een overgangsmaatregel. Mijn bevindingen zal ik regelmatig ook schematisch weergeven. Bij de analyse van elk beginsel maak ik onderscheid tussen begunstigende en belastende overgangsmaatregelen. In een aantal situaties heb ik aangegeven dat het beginsel niet van toepassing is. De eerste reden hiervoor is dat een aantal beginselen slechts voor één categorie overgangsmaatregelen van belang is. Een andere reden is dat een aantal overgangsmaatregelen niet als belastende overgangsmaatregel kan functioneren. Een keuzeregeling is bijvoorbeeld per definitie een begunstigende overgangsmaatregel (par. 3.10). Gelet op de beoordelingscriteria die bij begunstigende wetswijzigingen van belang zijn (par. 10.3.3) zal niet zo snel in een afbouw-, bevriezings- of ingroeiregeling worden voorzien.
Schematisch weergeven is de rol van de hierna uit te werken stap 4 als volgt:
Belastende of begunstigende wetswijziging