Einde inhoudsopgave
Het bestuursverbod bij de commanditaire vennootschap (IVOR nr. 93) 2013/3.2.3.2.1
3.2.3.2.1 Vroegste regeling in de Code de Commerce van 1807
Mr. A.J.S.M. Tervoort, datum 11-07-2013
- Datum
11-07-2013
- Auteur
Mr. A.J.S.M. Tervoort
- JCDI
JCDI:ADS442490:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Rechtswetenschap / Rechtsgeschiedenis
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Voetnoten
Voetnoten
Locré (1829a), p. 85-86, Persil (1833), p. 118-119, Pardessus (1841), nr. 1038, Delangle (1843), nr. 411, Bravard-Veyrières (1890), p. 262, Ripert, Roblot & Germain (2009), nr. 1234.
Delangle (1843), nr. 403.
Troplong (1843), nr. 439, Delangle (1843), nr. 403, Bédarride (1856), nr. 258, De Marolles (1862), p. 80-81, Bravard-Veyrières (1890), p. 262.
Persil (1833), p. 121-123, Pardessus (1841), nr. 1038, Troplong (1843), nr. 441, De Marolles (1862), p. 81, Auvray (1880), p. 46. Volgens Delangle (1843), nr. 412-418, is het antwoord op deze vraag afhankelijk van de omstandigheden van het geval: als de commanditair zonder medeweten van de gecommanditeerde vennoot een verbintenis aangaat in naam van de vennootschap kent Delangle hem geen regresrecht toe, maar wel indien de gecommanditeerde vennoot hiervan wist en dit heeft toegelaten. In vergelijkbare zin: Bédarride (1856), nr. 261, Demaison (1868), p. 147, Potu (1910), p. 274-278.
De in 1808 in werking getreden Code de Commerce bevatte in artikel 27 niet alleen de vroegste wettelijke regeling van het bestuursverbod, maar bevatte in artikel 28 ook de eerste regeling van de gevolgen van overtreding daarvan. Dit artikel 28 luidde oorspronkelijk als volgt:
‘Article 28:
En cas de contravention à la prohibition mentionnée dans l’article précédent, l’associé commanditaire est obligé solidairement, avec les associés en nom collectif, pour toutes les dettes et les engagements de la société.’
In de Franse doctrine werd en wordt dit doorgaans niet zozeer als een straf gezien die gericht is op preventie van als ongewenst beschouwd gedrag van een commanditair als wel als een logisch gevolg van zulk gedrag: wanneer een persoon handelt als ware hij of zij een gecommanditeerde vennoot dan heeft de betrokkene ook de onbeperkte aansprakelijkheid die inherent is aan de positie van de gecommanditeerde vennoot te aanvaarden.1 Algemeen werd aangenomen dat op deze aansprakelijkheid een beroep kan worden gedaan door iedere vennootschapscrediteur, ongeacht of de bedrijvige commanditair met hem heeft gehandeld.2 De doctrine was eveneens unaniem in haar oordeel dat deze aansprakelijkheid zich uitstrekte over alle op het moment van overtreding van het bestuursverbod nog niet voldane vennootschapsschulden: de wettekst liet een onderscheid tussen anterieure en posterieure schulden niet toe en bovendien werd een dergelijk onderscheid moeilijk uitvoerbaar geoordeeld.3 Over het algemeen werd eveneens aangenomen dat de bedrijvige commanditair regres had op de gecommanditeerde vennoten voor hetgeen hij aan vennootschapscrediteuren meer had betaald dan waartoe hij in de onderlinge verhoudingen tussen de vennoten was gehouden.4