Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/9.3.2.2
9.3.2.2 Het ‘externe’, politieke knelpunt van de samenloop met de overdrachtsbelasting
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291125:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Groenboek over de toekomst van de btw van 1 december 2010, nr. COM(2010) 695 definitief, p. 12.
Voor een voorstel voor een dergelijke aanpassing van de samenloopvrijstelling in Nederland zie: B.G. van Zadelhoff, ‘De vrijstelling van overdrachtsbelasting wegens verschuldigdheid van btw’ in: D.A. Albregtse en P. Kavelaars, Ontroerend goed. Van der Paardt-bundel, Deventer: Wolters Kluwer 2018, p. 223-224.
M. D’Ascenzo, ‘Australian VAT Design and Federalism’, International VAT Monitor November/December 2019, p. 267.
Voor de overdrachtsbelastingregels in de verschillende Australische staten zie: https://business.gov.au/finance/taxation/stamp-duty.
M. D’Ascenzo, ‘Australian VAT Design and Federalism’, International VAT Monitor November/December 2019, p. 272.
Dat de keuze voor (een mildere variant van) de belastingmethode voor de levering van (oude) gebouwen in het licht van de wezenlijke kenmerken van de Europese btw naar mijn mening wenselijker is dan de huidige vrijstellingsmethode, betekent niet dat er geen ‘externe’ oorzaken kunnen zijn waardoor die keuze politiek geen of een moeilijk haalbare kaart is. De moeizame totstandkoming van de Zesde Richtlijn spreekt in dit verband boekdelen. Hoewel dit onderzoek een juridisch-dogmatisch onderzoek is dat zich richt op de Europese btw, wil ik op één ‘extern’ probleem ingaan: de samenloop met de overdrachtsbelasting. Volgens de Europese Commissie is de overdrachtsbelasting bij de verkrijging van gebouwen voor de lidstaten de reden geweest om te kiezen voor de vrijstelling voor de levering van oude gebouwen.1 Dit ‘samenloopprobleem’ is op het eerste gezicht relatief eenvoudig op te lossen door als lidstaten geen overdrachtsbelasting meer te heffen indien de levering van een gebouw belast is, waarvoor in Nederland grosso modo is gekozen, of geen overdrachtsbelasting meer te heffen indien of voor zover de btw daadwerkelijk drukt op de verkrijger2. De richtlijnhistorie laat zien dat het probleem van het belasten van de levering van gebouwen in de relatie tot de overdrachtsbelasting een spade dieper zit en een politiek probleem is. Voor lidstaten met een federale structuur, zoals Duitsland, was het (gaan) heffen van btw over de levering van gebouwen problematisch omdat op decentraal niveau een overdrachtsbelasting wordt geheven. Toch hoeft dit politieke probleem geen sta-in-de-weg te zijn voor het inwisselen van de vrijstellingsmethode voor de belastingmethode voor de levering van gebouwen. In Australië is op 1 juli 2000 gekozen voor een moderne btw op centraal niveau, en dus ook voor de belastingmethode voor de levering van gebouwen, ter vervanging van onder meer de omzetbelastingen van de staten. Hierbij is niet getornd aan de bevoegdheid van de staten om overdrachtsbelasting (‘stamp duty’) te heffen.3 Of en, zo ja, wanneer in Australische staten overdrachtsbelasting wordt geheven bepalen de staten (nog steeds) zelf. Dit laat zien dat een modernisering van de btw, ja zelfs een invoering van een btw, op centraal niveau kan plaatsvinden zonder te tornen aan de bevoegdheid van de (deel)staat om overdrachtsbelasting te heffen. Hierbij past wel een kanttekening. In Australische staten kan het voorkomen dat over één vastgoedtransactie zowel btw als overdrachtsbelasting verschuldigd is.4 Vanwege het zeer beperkte aantal vrijstellingen in Australië zal deze dubbele heffing niet snel leiden tot een onwenselijke cumulatie van niet-aftrekbare btw én overdrachtsbelasting. Door het grote aantal vrijstellingen in de Europese btw ligt dat in de EU (vooralsnog) anders. Niettemin is voor dit ‘cumulatieprobleem’ een oplossing denkbaar. In Australië is bij de invoering van de moderne btw op centraal niveau een regeling getroffen om staten te compenseren voor het gemis aan (omzet)belastingopbrengsten op decentraal niveau.5 Een soortgelijke regeling, een overdrachtsbelastingcompensatieregeling, zou door EU-lidstaten met een federale structuur overwogen kunnen worden. Die regeling zou bijvoorbeeld kunnen inhouden dat (deel)staten door de federale overheid (uit de hogere btw-opbrengsten) gecompenseerd worden voor het niet-heffen van overdrachtsbelasting bij een (onwenselijke) samenloop van btw en overdrachtsbelasting.