Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/1.6:1.6 Tot slot
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/1.6
1.6 Tot slot
Documentgegevens:
Mijke Houwerzijl, Saskia Montebovi & Nuna Zekić, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Mijke Houwerzijl, Saskia Montebovi & Nuna Zekić
- JCDI
JCDI:ADS288508:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie Brynjolfsson & McAfee 2014.
Zie o.a. Peters 2021 voor een puntig overzicht van nieuwe vraagstukken op het gebied van arbeidstijden en -omstandigheden.
Dat als gevolg van de coronacrisis vele zzp- en flexwerkers opeens collectief moesten aankloppen bij de overheid voor sociale bijstand, heeft zeker aan dit kantelende perspectief bijgedragen.
Hepple (ed.) 1986, p. 4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Brynjolfsson en McAfee laten in hun boek The Second Machine Age zien dat de exponentiële groei van technologische mogelijkheden lange tijd tamelijk onzichtbaar kan blijven, totdat het punt van explosie nadert.1 Een dergelijk momentum heeft zich onmiskenbaar voorgedaan tijdens de looptijd van het project waarvan deze bundel het resultaat is. De massale thuiswerkoperatie die ad hoc werd ingezet om de coronapandemie te beteugelen, bracht bestaande technologische trends in ‘de wereld van het werk’ in een (nog) hogere stroomversnelling. In dit boek wordt hieraan weliswaar op meerdere plaatsen gerefereerd, maar voor een systematische analyse van de nieuwe ontwikkelingen ten gevolge van de coronacrisis was het nog te vroeg.2
De door de coronacrisis vertraagde afronding van deze bundel, heeft ons daarentegen wel in staat gesteld de (rechts)ontwikkelingen op het gebied van sociale bescherming bij platformarbeid over een langere periode te volgen en te boekstaven. Sinds de start van ons onderzoeksproject zijn de geesten duidelijk rijper geworden voor het aanpakken van sociaalrechtelijke gebreken die kleven aan platformarbeid.3 Zelfs bij werkplatforms die lang wegkeken van deze problematiek, lijkt het besef door te dringen dat er iets moet gebeuren. Vlak voor de afronding van dit boek stemde Uber in het Verenigd Koninkrijk in met de vertegenwoordiging van zijn chauffeurs door een grote Britse vakbond (GMB).4 Hieraan vooraf ging een langdurige juridische strijd en de nodige maatschappelijke druk.5 Alhoewel het nog afwachten is waar de onderhandelingen tussen het werkplatform en de vakbond daadwerkelijk toe leiden, zet een van de gezichtsbepalende ondernemingen in de platformeconomie dan toch een belangrijke eerste stap naar (acceptatie van) collectieve arbeidsvoorwaardenvorming.
Dit voorbeeld bevestigt dat ook anno 2021 ‘the crucial element in the making of labour law is power’.6 Tevens toont het voorbeeld aan dat (verbetering van) sociale bescherming bij platformisering en algoritmisering van werkprocessen niet per definitie actie van de wetgever verlangt. Is het creatiever en effectiever inzetten van bestaande sociaalrechtelijke arrangementen voldoende, of moeten we (daarnaast) nieuwe regels introduceren? Deze vraag loopt als een rode draad door de hiernavolgende hoofdstukken.