Einde inhoudsopgave
Splitsing in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (FM nr. 171) 2021/5.3.3
5.3.3 Fiscaaltechnische toets
Mr. dr. G.C. van der Burgt, datum 29-11-2021
- Datum
29-11-2021
- Auteur
Mr. dr. G.C. van der Burgt
- JCDI
JCDI:ADS491663:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. ook de wetstechnische toets van de Raad van State, zoals aangestipt in onderdeel 5.2.7.
In de volgende hoofdstukken worden beide toetsen daarom veelal in onderlinge samenhang aangelegd.
Zie onderdeel 5.2.7. Vgl. in dit verband ook Bruijsten, WFR 2002/715, onderdeel 3. Deze auteur is van mening dat belastingwetgeving een zekere mate van ‘logische gaafheid’ moet hebben. Daarvoor is volgens hem vereist dat de belastingwetgeving voldoet aan de eisen van volledigheid, betrouwbaarheid en consistentie.
Mijns inziens is de wetstechnische toets uit het toetsingskader van de Raad van State ook ruimer dan de kwaliteitseis ‘eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid’ uit de nota Zicht op wetgeving. Zie ook onderdeel 5.2.7.
Bobeldijk 2009, onderdeel 3.5, p. 27, acht het bij de concretisering van zijn toetsingskader niet nodig om de criteria eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid uit de nota Zicht uit wetgeving afzonderlijk op te nemen, omdat hij aan uitvoerbaarheid toetst. Ik onderschrijf dat de uitvoerbaarheidseis onder meer inhoudt dat een regeling eenduidig en toegankelijk is.
Rozendal 2014, onderdeel 2.2.6, p. 32, koppelt de kwaliteitseis ‘onderlinge afstemming’ uit de nota Zicht op wetgeving aan de wetstechnische toets van de Raad van State, meer specifiek de innerlijke consistentie.
De fiscaaltechnische toets gaat over de vraag in hoeverre de technische kwaliteit van de splitsingsregels in de vennootschapsbelasting in orde is. Het gaat daarbij allereerst over de formulering van deze regels. De gebruikte terminologie moet duidelijk zijn, zodat rechtsgevolgen bepaalbaar zijn. Ook moet de formulering de bedoeling van de wetgever adequaat weerspiegelen. Daarnaast moet worden gelet op de structuur en de vormgeving van de splitsingsregels. Het gaat bij dit laatste met name over de innerlijke consistentie en de mate waarin sprake is van een logische en systematische opbouw.1 Bij dit laatste moet niet slechts worden gekeken naar de splitsingsregels zelf, maar ook naar de relatie van die regels met andere voorschriften. Verder dienen de splitsingsregels toegankelijk en kenbaar te zijn. Ik beschouw de fiscaaltechnische toets als aanvulling op de fiscaal-theoretische toets.2 De fiscaaltechnische toets raakt aan de kwaliteitseis ‘eenvoud, duidelijkheid en toegankelijkheid’ uit de nota Zicht op wetgeving.3 De fiscaaltechnische toets is echter ruimer.4 Hij straalt ook uit naar andere kwaliteitseisen, voornamelijk ‘doeltreffendheid en doelmatigheid’, ‘uitvoerbaarheid5 en handhaafbaarheid’ en ‘onderlinge afstemming’6. Vertonen bedoelde splitsingsregels (fiscaal)technische onvolkomenheden, dan heeft dat negatieve invloed op de vraag in hoeverre die regels hun doelstellingen bereiken. Technische onvolmaaktheden zorgen bovendien voor inconsistenties en werken discussies in de hand. Voorts bemoeilijken zij de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Ten slotte zetten zij druk op de rechtszekerheid.