Einde inhoudsopgave
De geschillenregeling ten gronde (VDHI nr. 108) 2011/VI.3.6.a
VI.3.6.a Inleiding
prof.mr. C.D.J. Bulten, datum 28-04-2011
- Datum
28-04-2011
- Auteur
prof.mr. C.D.J. Bulten
- JCDI
JCDI:ADS376173:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Maeijer/Van Solinge & Nieuwe Weme 241* (2009), nr. 708 sub a en nr. 710. Leijten zag nog een derde fase, de levering en betaling van de aandelen conform de statutaire aanbiedingsregeling. Zie Leijten (1997), p. 78.
Zie bijv. Rb. Utrecht 25 juni 2008, JOR 2008/228 (Sign Top), ro 4.15: 'Aangezien artikel 2:339 lid 1 BW bepaalt dat de deskundigen pas met hun werkzaamheden aanvangen, nadat het vonnis waarin de vordering tot overname van de aandelen is toegewezen, onherroepelijk is geworden, zal de rechtbank voor zover vereist en ter voorkoming van mogelijke onduidelijkheden omtrent de appellabiliteit van hetgeen in dit vonnis is beslist tussentijds hoger beroep toestaan van de beslissing dat Van der Togt gehouden is om de aandelen van Van der Werff in Sign Top over te nemen.' Zie voor een andere rechtsoverweging die de onduidelijkheid over de appellabiliteit van het deelvonnis wegneemt Rb. Utrecht 7 oktober 2009, n.g. (T@kecare), ro. 10.8.5.
Zie § V.2.2.b.
Zie bijv. Rb. Arnhem 4 april 1996, JOR 1996/55 (Ramp/Lensen), ro. 2.3. In verband met de procedeerdrift van partijen stelde de rechtbank ten overvloede dat van haar tussenvonnis in verband met art. 2:337 Rv hoger beroep was uitgesloten, zie ro. 2.14. Zie ook Rb. Utrecht 25 juni 2008, JOR 2008/228 (Sign Top), waarin partijen de gelegenheid kregen zich in een akte uit te laten over de persoon van de deskundige, het voorschot en de peildatum. De rechtbank gaf aan dat het de voorkeur genoot dat partijen zich met elkaar verstonden en een eenparig geformuleerd voorstel zouden doen, zie ro. 4.13.
Rb. Den Haag 29 juli 2009, n.g. (Austria), ro. 2.7-2.8.
In de geschillenregelingprocedure zijn twee fasen te onderscheiden.1 De eerste fase eindigt met de toe- of afwijzing van de vordering tot uitstoting of uittreding. Dit eerste vonnis is een deelvonnis en bevat elementen van een tussenvonnis en een eindvonnis. De rechter geeft een definitieve beslissing over de uitstoting of uittreding. Hiertegen is hoger beroep en cassatie mogelijk. 2
Wijst de rechter de vordering toe, dan kan hij tevens deskundigen benoemen die een rapport over de waarde van de aandelen uitbrengen. Dit is de start van de tweede fase van de procedure. Vervolgens bepaalt de rechter in zijn eindvonnis de te betalen prijs en geeft hij het bevel tot overdracht. Ook tegen dit eindvonnis is hoger beroep en cassatie mogelijk. Na de Hoffmann-uitspraak van de Hoge Raad kunnen de eerste en tweede fase ook in elkaar geschoven worden.3 Blijkt de waarde van de aandelen ondubbelzinnig uit de statuten, dan behoeft de rechter niet eerst de vordering toe te wijzen en pas na een deskundigenbericht de prijs vast te stellen. In zijn eerste en enige eindvonnis beveelt hij direct de overdracht tegen de door hem uit de statuten gedestilleerde prijs. Tegen dit vonnis staat vanzelfsprekend ook hoger beroep en cassatie open.
Naast deze twee eindvonnissen zijn talrijke tussenbeslissingen denkbaar. De rechter kan in een tussenvonnis de partijen de gelegenheid geven zich uit te laten over de persoon of personen van de deskundigen.4
De rechtbank te Den Haag wees in 2009 de uittredingsvordering toe, maar zei dat de te benoemen deskundige moest wachten totdat haar vonnis onherroepelijk was. Eerst na drie maanden (art. 339 Rv) was duidelijk of de overnemende aandeelhouders berustten in de bevolen aandelenovername. Na ommekomst van deze termijn moesten partijen aangeven wat de stand van zaken was. De rechtbank zag drie mogelijkheden: de zaak belandde op de parkeerrol omdat (tijdig) hoger beroep was ingesteld; er was alsnog een schikking bereikt of de rechtbank diende een deskundige te benoemen.5