Betrouwbaar getuigenbewijs
Einde inhoudsopgave
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.2.1:5.2.1 Waarnemingsprocessen
Betrouwbaar getuigenbewijs 2014/5.2.1
5.2.1 Waarnemingsprocessen
Documentgegevens:
Mr. Dr. M.J. Dubelaar, datum 01-12-2013
- Datum
01-12-2013
- Auteur
Mr. Dr. M.J. Dubelaar
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hieronder wordt begrepen de zintuiglijke kennisneming van externe gegevens of prikkels (Corstens/Borgers 2011, p. 692).
Gray 2002, p. 233 en 275.
Wolters 1991, p. 159-160.
Wolters 1991, p. 159.
Gray 2002, p. 331 en Rassin 2005, p. 45-46.
Wessel & Wolters 2010, p. 458 en Rassin 2005, p. 46.
Rassin 2005, p. 43.
Wolters 1991, p. 159. Dit kan vanzelfsprekend anders liggen voor personen die beroepsmatig veel ervaring hebben in bijvoorbeeld het inschatten van afstanden en snelheden, zoals politieagenten.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij het gebruik van verklaringen van getuigen voor het bewijs staat de eigen waarneming van de getuige centraal.1 Naar het proces van waarnemen is in de psychologie veel onderzoek gedaan. In dit verband wordt onderscheid gemaakt tussen sensatie en waarneming. Sensatie, ook wel aangeduid als gewaarwording, gaat aan de waarneming vooraf en heeft betrekking op het basale proces waarin de zintuigen en het zenuwstelsel reageren op stimuli uit de omgeving en op de elementaire psychologische ervaring die daaruit voortkomt (bijvoorbeeld het zien van beweging en een rode kleur, het horen van hoge tonen). Het begrip waarneming of perceptie verwijst naar het proces waarbij het brein zintuiglijke informatie selecteert, organiseert en interpreteert op zodanige manier dat betekenis kan worden gegeven aan gebeurtenissen of objecten die bestaan in de externe omgeving (bijvoorbeeld het langskomen van een brandweerauto).2 Kort gezegd, sensatie verwijst naar het ontvangen van stimuli, waarneming betreft het begrijpen van of het betekenis geven aan deze stimuli. Het gaat bij waarnemen niet om een louter passieve registratie van zintuiglijke indrukken, maar ook om een actief proces van interpretatie.3
De kwaliteit van de waarneming wordt door veel factoren bepaald, zoals het bereik van onze zintuigen, de intensiteit van de ontvangen stimuli en de duur waarmee de waarnemer aan deze stimuli heeft blootgestaan. De omstandigheden waaronder de waarneming is gedaan, zijn in dit verband dus van groot belang. Een grote afstand of slechte lichtomstandigheden kunnen een negatieve invloed hebben op de kwaliteit van de waarneming doordat deze onvolledig of vertekend is.4 Echter, zelfs onder optimale omstandigheden kan niet alle informatie uit de omgeving worden waargenomen. Sommige stimuli liggen in intensiteit onder de drempel waarop waarneming mogelijk is. Voorts zijn mensen selectief in hun waarneming. Sommige stimuli worden beter waargenomen dan andere. Van alle zintuiglijke indrukken die binnenkomen en kortstondig aanwezig zijn in het sensorisch geheugen, worden slechts enkele geselecteerd en opgeslagen in het werkgeheugen op een manier waarop de waarnemer zich daarvan bewust is en daarover kan nadenken. Bij deze selectie is aandacht bepalend: stimuli die geen aandacht krijgen worden niet geselecteerd en opgeslagen en daarmee ook niet (bewust) waargenomen.5 Een bekend fenomeen in dit verband is het weapon focus-effect, dat ervoor zorgt dat een getuige alle aandacht richt op het aanwezige wapen als zijnde het meest bedreigende element van de situatie en daarmee minder of geen aandacht meer heeft voor andere, perifere details zoals het uiterlijk van de dader.6
De waarneming wordt bovendien gekleurd door het eigen referentiekader van de waarnemer. Kennis en verwachtingen die bij de waarnemer aanwezig zijn, sturen alle in hoge mate de waarneming. In geval van een gewapende overval bijvoorbeeld zal een getuige die ervaring heeft met wapens in de regel een meer gedetailleerde waarneming doen en later een uitvoerigere beschrijving van een wapen kunnen geven dan een getuige die voor het eerst in zijn leven een wapen ziet. Verwachtingen kunnen ertoe leiden dat mensen stimuli zo interpreteren dat zij passen in hun eigen verwachtingspatroon of dat stimuli worden waargenomen die er in werkelijkheid niet zijn.7 Ook de mate waarin mensen waarneming kunnen relateren aan bepaalde grootheden verschilt. Over het algemeen geldt dat mensen slecht in staat zijn tot het nauwkeurig inschatten van afstanden, snelheden, tijdsduren en risicokansen.8