Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/5.5.2.1
5.5.2.1 Inzage controledossier
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS304101:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Rechtbank Amsterdam 30 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5303 (Aquaserva/ accountant), r.o. 4.2.
Essentieel is of de benadeelde een onredelijk nadeel lijdt in de onderbouwing van aspecten waarvoor zij de bewijslast draagt, wanneer de benadeelde niet zou beschikken over de stukken. De bescheiden moeten relevant kunnen zijn voor de beoordeling van het geschil met het oog waarop verstrekking wordt gevraagd. Een fishing expedition is niet de bedoeling. De eiser moet derhalve voldoende concreet kunnen aangeven โwaarom de gevorderde inzage in bescheiden voor hem van belang isโ. De stukken dienen voldoende bepaald te zijn. Hiertoe is vereist dat het onderwerp waarop de bescheiden betrekking hebben nauwkeurig is afgebakend, zodat de stukken voldoende concreet zijn aangewezen. Het is niet vereist dat de stukken met naam en toenaam worden benoemd. Zie: Ekelmans, in GS Burgerlijke Rechtsvordering, Artikel 843a, 3.4 & 4.2, Rechtbank Amsterdam 30 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5303 (Aquaserva/ accountant) en Zetteler & Pheijffer (2016), p. 9.
Er dient sprake te zijn van een rechtsbetrekking waarbij de benadeelde in de procedure partij is. Onder een rechtsbetrekking vallen alle rechtsverhoudingen waarover partijen een geschil kunnen hebben. Dit kan uiteraard de opdracht tussen opdrachtgever en accountant zijn. Een rechtsbetrekking kan bijvoorbeeld ook bestaan uit een โonrechtmatige daadโ door de accountant. Zie: Ekelmans, in GS Burgerlijke Rechtsvordering, Artikel 843a, 3.3 en Zetteler & Pheijffer (2016), p. 9 e.v.
Asser Procesrecht/Asser 3 (2017), ยงย 6.2.4.
Dit zijn onder andere: RB Amsterdam 16 december 2010; LJN BP 3071 (Jumbodiset / KMPG), RB Amsterdam 27 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0075, (curatoren Weyl/KPMG) en RB Amsterdam 30 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5303 (Aquaserva/accountant), RB Amsterdam 21 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5236 (curatoren Imtech/KPMG), Ondernemingsrecht 2017/139, met noot L. In โt Veld.
Ik verwijs naar het artikel van Zetteler en Pheijffer voor een uitvoerige bespreking van de tot 2016 gewezen vonnissen. Zetteler & Pheijffer (2016), p. 9 e.v.
RB Rotterdam 7 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:820 (Vestia/Deloitte), r.o. 5.6.
Dit betreft (i) de index van het controledossier; (ii) de gegevens die ingevolge artikel 12 lid 3 sub b van het Besluit toezicht accountantsorganisaties (hierna: Bta) behoren te worden vastgelegd (namelijk Deloittes beoordeling op grond van artikel 12 lid 1 sub b Bta, alvorens de controleopdracht wordt aanvaard, en of zij beschikt over de benodigde vakbekwame medewerkers, tijd en middelen om de wettelijke controle naar behoren te verrichten) en de opdracht aan Deloitte FAS (artikel 17 lid 2 Bta); (iii) de beoordeling en toetsing van de organisatie van de treasuryfunctie en het treasurystatuut; (iv) de controle van de aangeleverde gegevens op juistheid ter zake van derivatentransacties en leningen; (v) de controle van de derivaten en toetsing aan de specifieke regelgeving โ onder meer ten aanzien van de toepassing van kostprijshedge-accounting โ dienaangaande; (vi) de controle en toetsing van het als winst verantwoorden van de rentevoordelen van de derivaten; (vii) de controle en toetsing van de toelichting, waar deze betrekking heeft op de derivaten. Ten aanzien van de dossiers van Deloitte FAS: (viii) het logboek/de index van het dossier; (ix) de afgevinkte en van commentaar voorziene checklist voor het kunnen toepassen van kostprijshedge-accounting die (het team van) [persoon] gelijktijdig met het memo van 17 mei 2009 heeft verzonden aan de controlerend accountant; (x) de twee Excel- bestanden aan de hand waarvan Deloitte FAS de voor kostprijshedge-accounting noodzakelijke effectiviteitstoets heeft uitgevoerd; (xi) het verslag van de bespreking tussen [persoon] en [voormalig treasurymanager Vestia] (van Vestia).
RB Rotterdam 7 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:820 (Vestia/Deloitte).
Rechtbank Amsterdam 27 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0075 (curatoren Weyl/KPMG) en Campen (2012b), p. 18 e.v.
RB Rotterdam 7 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:820 (Vestia/Deloitte), r.o. 5.13.
RB Amsterdam 21 juli 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:5236 (curatoren Imtech/KPMG), Ondernemingsrecht 2017/139, met noot L. In โt Veld.
RB Amsterdam 30 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5303 (Aquaserva/accountant).
In het Vestia geschil overweegt de rechtbank in dit verband: โdat Vestia vooralsnog onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat interne correspondentie en correspondentie met derden een ander โ relevant โ licht kan werpen op de door Vestia gemaakte verwijten. Bij afschrift daarvan ontbreekt dus het rechtmatig belangโ. RB Rotterdam 7 februari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:820 (Vestia/Deloitte), r.o. 5.17.
RB Amsterdam 8 juni 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:4234 (curatoren TCN/KPMG), RB Amsterdam 27 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0075 (curatoren Weyl/KPMG) en Campen (2012b), p. 18 e.v.
Gerechtshof Amsterdam 5 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:30 (Colima/PwC) RB Rotterdam 4 juli 2011, LJN BR0224 (VEB /Deloitte): hier werd het verzoek echter afgewezen omdat de VEB eerst een onderzoek van de curator naar aansprakelijkheid van de accountant moest afwachten.
Zetteler & Pheijffer (2016), p. 9 e.v.
RB Amsterdam 16 december 2010; LJN BP 3071 (Jumbodiset /KMPG).
M. Pheijffer, het Financieele Dagblad, โGedupeerden kunnen openbreking dossiers eisenโ, d.d. 11 september 2014 en RB Amsterdam 30 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5303 (Aquaserva/ accountant).
RB Amsterdam 16 december 2010; LJN BP 3071 (Jumbodiset /KMPG), RB Amsterdam 27 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0075 (curatoren Weyl/KPMG) en Gerechtshof Amsterdam 5 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:30 (Colima/PwC).
RB Amsterdam 27 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0075 (curatoren Weyl/KPMG).
RB Amsterdam 16 december 2010; LJN BP 3071 (Jumbodiset /KMPG).
RB Amsterdam 27 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0075 (curatoren Weyl/KPMG) en Campen (2012b), p. 18 e.v.
Gerechtshof Amsterdam 5 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:30 (Colima/PwC).
RB Amsterdam 30 juni 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:5303 (Aquaserva/accountant).
RB Amsterdam 27 maart 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012:BW0075(curatoren Weyl/KPMG) en gerechtshof Amsterdam 5 januari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:30 (Colima/PwC).
Wanneer inzage van het controledossier wordt geweigerd, is een beroep door de benadeelde op verzwaarde stelplicht wellicht niet noodzakelijk. Een benadeelde kan mogelijk ook genoeg bewijs vergaren door gebruik te maken van de exhibitieplicht van artikel 843 a Rv. Met behulp van het machtige wapen van de exhibitieplicht eist de benadeelde inzicht in en een afschrift van het controledossier. Hierdoor kan de benadeelde meer zicht krijgen op wat de accountant precies heeft gedaan (voor de -uitvoerige- inhoud van het controledossier verwijs ik naar paragraaf 1.4.2.8).
De vereisten voor een beroep op exhibitieplicht van artikel 843 a Rv zijn:1
Er dient sprake te zijn van een rechtmatig belang van benadeelde bij inzage, afschrift of uittreksel;
Het gaat om bepaalde bescheiden2;
Die bescheiden betreffen een rechtsbetrekking waarbij benadeelde partij is.3
Deze eisen dienen in onderlinge samenhang te worden beschouwd.4
Uit recente jurisprudentie blijkt dat controledossiers in beginsel onder de reikwijdte van artikel 843a Rv vallen. Er zijn al diverse verzoeken tot inzage in (delen van) het controledossier of aanverwante stukken ex. artikel 843a Rv toegewezen.5 Ik zal hierna kort stilstaan bij de belangrijkste uitgangspunten aan de hand van deze vonnissen.6
Welke bescheiden dienen te worden overgelegd?
Het is allereerst de vraag of de accountantsorganisatie kan worden gehouden het volledige controledossier te overleggen. In het geschil tussen opdrachtgever Vestia en Deloitte omtrent de derivatenportefeuille, heeft Vestia overlegging van de volledige controledossiers van Deloitte gevorderd. De rechtbank oordeelt dat Vestia geen rechtmatig belang heeft bij toewijzing van de vordering tot overlegging van de volledige controledossiers.7 Vestia heeft daarentegen wel een rechtmatig belang bij overlegging van onderdelen van de controledossiers.8 Dit betreffen stukken die โnodig of dienstigโ9 zijn voor de beantwoording van de vraag of de accountant al dan niet is tekortgeschoten, en zo ja, of de accountant voor de geleden schade aansprakelijk is te stellen.10 De eiser behoeft geen afzonderlijke stukken op te sommen in zijn verzoek, een omschrijving van onderdelen van het controledossier is voldoende.11
Een interessante uitspraak met betrekking tot de vraag welke stukken dienen te worden overlegd betreft Imtech. De curatoren van Imtech hebben een afschrift gevorderd van diverse bescheiden met betrekking tot Imtech, waaronder (i) een niet-geanonimiseerde versie van het boetebesluit van 16 maart 2016, waarbij de AFM een bestuurlijke boete heeft opgelegd aan KPMG; (ii) de bescheiden inzake de twee incidentmeldingen door KPMG bij de AFM; en (iii) bescheiden uit de controledossiers van de controles van de jaarrekeningen van onder meer Imtech over de boekjaren 2011-2014, zoals de inhoudsopgaven van de controles van Imtech Polen en Imtech Duitsland en een document inzake โcash nettingโ dat zich in het controledossier van de wettelijke controle van Imtech zou bevinden.12
Ad (i) een niet-geanonimiseerde versie van het boetebesluit. Ten aanzien van het verzoek tot een afschrift van de niet-geanonimiseerde versie van het boetebesluit wordt gewezen op de (door het bestuursrecht beheerste) relatie tussen KPMG als onder toezicht gestelde en de AFM als toezichthouder. De voorzieningenrechter overweegt dat de onder toezicht gestelde partij zich slechts dan vrij kan voelen alles naar voren te brengen wat naar haar mening in haar belang is, als dit door de AFM vertrouwelijk wordt behandeld (indien en voor zover naar het oordeel van de AFM de aard van de verstrekte informatie daartoe aanleiding geeft). Het verzoek wordt vanwege deze vertrouwelijkheid afgewezen.
Ad (ii) de bescheiden inzake de twee incidentmeldingen door KPMG bij de AFM. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe voor zover het de bescheiden betreft met betrekking tot de twee concrete incidenten in Polen en Duitsland, waarvan KPMG incidentmeldingen zou hebben gedaan bij de AFM.
Ad (iii) bescheiden uit de controledossiers. KPMG stelt dat zij niet beschikt over de controledossiers van Imtech Polen en Imtech Duitsland en het โcash nettingโ document. De voorzieningenrechter overweegt dat een eventuele verplichting op grond van artikel 843a Rv niet zo ver strekt dat deze meebrengt dat KPMG juridische stappen dient te ondernemen tegen KPMG Polen en KPMG Duitsland om de gevorderde bescheiden in haar bezit te krijgen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De te overleggen stukken kunnen tevens privรฉ-e-mails van (medewerkers van) de accountant zijn, indien er met gebruikmaking van privรฉ-e-mailadressen over zakelijke aangelegenheden is gecommuniceerd.13 De relevantie van deze stukken voor de beantwoording van de aansprakelijkheidsvraag dient alsdan wel door de verzoeker inzichtelijk te worden gemaakt.14
Wie heeft een rechtmatig belang tot afgifte van onderdelen van een controledossier ex artikel 843a RV?
Uit het voorgaande volgt reeds dat opdrachtgevers en curatoren van een gefailleerde vennootschap een rechtmatig belang kunnen hebben bij de afgifte van onderdelen van een controledossier.15 Voorts kunnen beleggers een rechtmatig belang hebben bij de afgifte van onderdelen van een controledossier. In een procedure die verband hield met de door Madoff gepleegde fraude is een verzoek van beleggers tot afgifte van onderdelen van een controledossier toegewezen.16 De eisers belegden in fondsen die op hun beurt weer direct of indirect gelden lieten beleggen door Madoff.17 De jaarrekeningen van de fondsen werden gecontroleerd door PwC. Het hof overweegt dat de eisers een voldoende zwaarwegend en rechtmatig belang hebben bij inzage van het controledossier, teneinde na te kunnen gaan of de jaarrekeningen van de fondsen een getrouw beeld gaven van het vermogen. Tot slot kan een nieuwe aandeelhouder/ moedermaatschappij een rechtmatig belang hebben bij de afgifte van onderdelen van een controledossier, bijvoorbeeld indien de jaarrekening als uitgangspunt heeft gefungeerd in het kader van een overname.18
Geheimhouding
Een 843a Rv vordering doorbreekt de geheimhoudingsplicht van de accountant.19 Teneinde zich te verweren tegen de doorbreking van de geheimhoudingsplicht, wordt vaak gewezen op lid 3 van artikel 843a Rv. Volgens dit lid hoeft een beroepsbeoefenaar niet aan de vordering te voldoen indien โhij uit hoofde van zijn ambt, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht isโ. Een beroep van een accountant op deze bepaling is al diverse malen zonder nadere motivering afgewezen in jurisprudentie.20 Ten aanzien van de geheimhoudingsplicht jegens een curator overweegt de voorzieningenrechter in het vonnis curatoren Weyl/ KPMG:21 โVoor zover een accountant verplicht is hetgeen hem vertrouwelijk is medegedeeld door zijn cliรซnt geheim te houden, geldt die verplichting jegens derden, maar nadat de vennootschap ten behoeve waarvan de geheimhoudingsverplichting gold failliet is gegaan in ieder geval niet jegens de curatoren daarvanโ.
Een ander verweer is gelegen in lid 4 van artikel 843a Rv. Dit lid stelt dat niet aan de vordering hoeft te worden voldaan โindien daarvoor gewichtige redenen zijn, alsmede indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat een behoorlijke rechtsbedeling ook zonder verschaffing van de gevraagde gegevens is gewaarborgdโ. In de casusposities die ten grondslag liggen aan de vonnissen inzake Jumbodiset/ KMPG,22 curatoren Weyl/KPMG,23 Colima/PwC 24 en Aquaserva 25 heeft de accountant een beroep gedaan op geheimhouding als een zwaarwegend belang in de zin van lid 4 van artikel 843a Rv. Het beroep wordt steeds afgewezen, waarbij meerdere malen wordt overwogen dat het maatschappelijk belang dat in rechte de waarheid aan het licht komt, zwaarder dient te wegen. Er kunnen echter wel beperkingen worden aangebracht ten aanzien van het gebruik van de verkregen gegevens.26