Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/2.8.5
2.8.5 Verklaring van geen bezwaar
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS492802:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
M.A. Verbrugh, Structuurwijzigingen en kapitaalvennootschappen en de positie van schuldeisers, (Uitgave vanwege het Instituut voor Ondernemingsrecht, deel 58), Deventer: Kluwer 2007, p. 359.
Kamerstukken II 1999/2000, 26 277, nr. 5, p. 12.
Zie de toelichting op het wetsvoorstel tot ‘Vereenvoudiging en flexibilisering bv-recht’, Kamerstukken II 2006/07, 31 058, nr. 3, p. 9.
Ten tijde van de afronding van dit onderzoek was (een ambtelijk voorontwerp van het) wetsvoorstel nog niet beschikbaar.
Voor de omzetting in een NV of BV is een verklaring van de Minister van Justitie vereist dat hem van bezwaren tegen de omzetting en statutenwijziging niet is gebleken (zie art. 2:72 respectievelijk art. 2:183 BW). Bij de omzetting van een stichting, vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij in een NV of BV mag de minister de verklaring alléén weigeren wanneer er, gelet op de voornemens of de antecedenten van de personen die het beleid van de vennootschap zullen bepalen of mede bepalen, gevaar bestaat dat de omgezette rechtspersoon zal worden gebruikt voor ongeoorloofde doeleinden of dat haar werkzaamheid zal leiden tot benadeling van schuldeisers (art. 2:72 lid 2 onderdeel a juncto art. 2:68, respectievelijk art. 2:183 lid 2 onderdeel a juncto art. 2:179 BW). Van dit zogenoemde ‘antecedenten-onderzoek’ waartoe het ministeriële toezicht zich sinds de inwerkingtreding van de wet van 22 juni 2000, Stb. 283 per 1 september 2001 beperkt, hoeft volgens Verbrugh voor schuldeisers geen grote bescherming te worden verwacht.1 Zo is het volgens hem moeilijk om achter de voornemens te komen, is het eenvoudig om bij niet-gunstige antecedenten een ander in te schakelen en wijst de praktijk op een niet al te streng beleid. Wat daarvan ook zij, vóór 1 september 2003 maakte ook een juridisch technisch onderzoek naar de omzetting en de daarbij behorende statutenwijziging deel uit van de preventietoets door de Minister van Justitie (het zogenoemde statutenonderzoek). Nu ligt echter de zorg voor een juridisch op de juiste wijze verlopen omzetting alsmede correcte statuten in juridisch technische zin volledig bij het notariaat en (in sommige gevallen) bij de rechter (zie par. 2.7.4 en 2.8.6).
Bij de omzetting van een BV in een NV en omgekeerd is eveneens een verklaring van geen bezwaar van de Minister van Justitie vereist. Die verklaring mag de minister slechts weigeren wanneer door de omzetting en/of statutenwijziging de rechtspersoon een verboden karakter zou verkrijgen of dat er gevaar bestaat dat door de omzetting en/of statutenwijziging de rechtspersoon gebruikt zal worden voor ongeoorloofde doeleinden (art. 2:72 lid 1 onderdeel a juncto art. 2:235, respectievelijk art. 2:183 lid 1 onderdeel a juncto art. 2: 125 BW). Anders dan bij de omzetting van een stichting, vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij in een NV of BV vindt géén antecedentenonderzoek plaats. De preventieve toets bij de omzetting van een BV in een NV en omgekeerd alsmede op de daarbij behorende statutenwijziging vindt plaats met het oog op het misbruiktoezicht en ziet derhalve op de feitelijke werkzaamheden van de rechtspersoon.2 Evenals bij de omzetting van een stichting, vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij in een NV of BV is het zogenoemde technisch juridische toezicht sinds de inwerkingtreding van de wet van 22 juni 2000, Stb. 283 per 1 september 2001 komen te vervallen.
Voor de goede orde vermeld ik dat voor de omzetting in een ‘flexibele’ BV eveneens een verklaring van geen bezwaar is vereist (zie art. 2:183 NBW). Los van de flexibilisering van het BV-recht heeft het kabinet Balkenende IV besloten tot afschaffing van het preventieve toezicht (art. 2:68 BW en 2:179 BW).3 Dat betekent dat de verklaring van geen bezwaar bij oprichting van een BV en NV zal komen te vervallen. Hetzelfde geldt voor de verklaring van geen bezwaar bij statutenwijziging (art. 2:235 BW). Een wetsvoorstel tot afschaffing van het preventieve toezicht is in voorbereiding.4 Naar verluidt wordt gedacht aan een nieuw systeem van doorlopend toezicht dat minder belastend is voor het bedrijfsleven. Ik vermoed dat die operatie ook gevolgen zal gaan hebben voor de verklaring van geen bezwaar bij omzetting. In dat verband is het niet ondenkbaar dat de gevallen waarin een rechterlijke machtiging is vereist (zie par. 2.8.6 hierna) worden uitgebreid.