Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/V.3.5.3:V.3.5.3 Karakter van de milieuaansprakelijkheid
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/V.3.5.3
V.3.5.3 Karakter van de milieuaansprakelijkheid
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460162:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. II.7.3, par. III.7.3.3 en par. IV.3.3.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het juridische discours rondom de aansprakelijkheid van bestuurders en andere leidinggevenden, heerst de gedachte dat de rechtspersoon ‘primair’ aansprakelijk is voor bedrijfsmatige overtredingen, en dat de aansprakelijkheid van de betrokken natuurlijke personen een ‘afgeleid’, ‘secundair’ of zelfs ‘ondergeschikt’ karakter heeft. De bestudering van de vereisten die gelden in de verschillende rechtsgebieden voor de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden, laat echter zien dat juridisch gezien de secundaire status van het daderschap van leidinggevenden ongefundeerd is.1
In dit verband kan er allereerst op worden gewezen dat veel milieuvoorschriften niet alleen zijn geadresseerd aan de exploiterende rechtspersoon, maar (juist) ook aan de natuurlijke personen binnen die rechtspersoon. Als normadressaat kan een leidinggevende – zelfs als pleger – aansprakelijk worden gesteld voor de overtreding van milieuvoorschriften. Zijn aansprakelijkheid is daarmee nevengeschikt aan die van de rechtspersoon, die immers in de regel zelf ook als (functionele) pleger wordt aangesproken. De mogelijkheid om een milieuovertreding van een leidinggevende toe te rekenen aan de rechtspersoon doet hier niet aan af. De toerekening zorgt namelijk niet voor een verplaatsing van de aansprakelijkheid, maar voor een uitbreiding. Het functionele plegerschap van de rechtspersoon laat de eigen verplichtingen van de natuurlijke personen binnen de rechtspersoon onverlet.
Wanneer de leidinggevende niet als pleger maar als deelnemer wordt aangesproken voor het overtreden van een milieunorm, heeft zijn aansprakelijkheid toch geen afgeleid of secundair karakter. Via welke daderschapsvorm de bestuurder ook wordt aangesproken: telkens is vereist dat de bestuurder een zelfstandig, persoonlijk verwijt treft. Het daderschap is bovendien niet ondergeschikt aan dat van de rechtspersoon: medeplegers en feitelijk leidinggevers kunnen even zwaar worden gestraft als plegers, en er zijn geen aanwijzingen voor een rangschikking tussen deze daderschapsvormen. Bovendien heeft de wetgever met de invoering van deelnemingsfiguren zoals feitelijk leidinggeven welbewust aanvullende mogelijkheden gecreëerd om de personen binnen de rechtspersoon die materieel verantwoordelijk zijn voor de overtreding aansprakelijk te stellen. Dit doel wordt ondermijnd wanneer deelnemers zich zouden kunnen verschuilen achter het ‘primaire daderschap’.
Kortom, de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden heeft een rechtstreeks karakter. Het daderschap van de leidinggevende is niet afgeleid van of ondergeschikt aan het daderschap van de rechtspersoon. In alle drie de bestudeerde rechtsgebieden wordt de persoonlijke aansprakelijkheid voor milieuovertredingen gebaseerd op de eigen verplichtingen en eigen gedragingen van de aangesproken leidinggevende.