Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/17.8.4.2
17.8.4.2 De complicaties rond de op de certificering toepasselijke regels
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS370936:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Verwezen zij naar par. 15.2.2.1. Kort gezegd, ligt het meer in de rede dat de ondernemingskamer voorschrijft hoe de vennootschap en de bij haar organisatie betrokkenen hun onderlinge verhoudingen niet moeten regelen en niet dat zij voorschrijft hoe dat dan wel zou moeten.
In dit geval bij wijze van het regelen van de gevolgen van de (onmiddellijke) voorziening tijdelijke overdracht van aandelen ten titel van beheer.
Zie S. Perrick, Mr. C. Asser’s Handleiding Tot De Beoefening Van Het Nederlands Burgerlijk Recht. 3-V* De Gemeenschap, Deventer: Kluwer 2015, nr. 16.
Zie Hof Amsterdam (OK) 23 juni 1994, NJ 1995, 456 m.nt. Maeijer (ITP).
Zie Hof Amsterdam (OK) 14 november 2006, JOR 2007/10 m.nt. Josephus Jitta (TCA).
Indien de tijdelijke beheerder het initiatief neemt tot het formuleren van de statuten van de STAK en de certificeringsvoorwaarden, betekent dit dat het beheer al enige tijd onderweg is voordat aan certificering wordt toegekomen. Het in dat stadium opstellen van deze documentatie kan bijdragen aan het saneren van de verhoudingen, maar kan tevens een bron van nieuwe conflicten zijn, alsmede een (kostbare) afleiding van het ondernemen.
Hof Amsterdam (OK) 18 december 2009, JOR 2010/42 m.nt. M.W. Josephus Jitta en T. Barkhuysen en 10 november 2010, JOR 2011/9 m.nt. M.W. Josephus Jitta (e-Traction).
Zie de conclusie van A-G Timmerman bij HR 23 maart 2012, NJ 2012/393 m.nt. Van Schilfgaarde, JOR 2012/141 m.nt. Josephus Jitta en Barkhuysen (e-Traction-II).
Asser/Maeijer, Van Solinge en Nieuwe Weme 2-II*, nr. 661 en Handboek 213, nr. 197.
Certificering vereist dat de statuten van de STAK en de certificeringsvoorwaarden worden geformuleerd. De vraag is wie deze voorwaarden gaat (laten) opstellen.
Gezien de taak van de rechter ligt het minder voor de hand dat het initiatief hiertoe wordt genomen door de ondernemingskamer.1 Als partijen er onderling niet uitkomen, zal de ondernemingskamer wellicht bij wijze van ultimum remedium een knoop kunnen doorhakken.2 Dat past bij de regeling van art. 3:168 BW. Daarin is vastgelegd dat de deelgenoten bij een gemeenschap het genot, gebruik en beheer van de gemeenschappelijke goederen bij overeenkomst kunnen regelen. Als zij daarin niet slagen, kunnen zij de kantonrechter verzoeken een zodanige regeling te treffen.3
In de ITP-beschikking4 werd het initiatief tot het opstellen van certificeringsvoorwaarden genomen door verzoeker en in de TCA-beschikking5 door de tijdelijke beheerder die reeds in een eerdere beschikking was aangesteld.6 In de e-Traction-beschikkingen,7 waarin de certificering wel op voorhand werd toegestaan door de ondernemingskamer maar de certificering zelf buiten vigeur van de desbetreffende eindvoorziening plaatsvond, was het eveneens de tijdelijke beheerder die statuten van de STAK en de certificeringsvoorwaarden liet formuleren.
Nadat de statuten van de STAK en de certificeringsvoorwaarden zijn opgesteld, dient de ondernemingskamer te bepalen dat deze kunnen worden toegepast in het kader van de door haar getroffen (onmiddellijke) voorziening.8 Voordat de ondernemingskamer die beslissing neemt zal hoor en wederhoor moeten worden toegepast. Dat zorgt voor verdere vertraging, in het bijzonder als deze documentatie pas wordt aangeleverd na het treffen van de desbetreffende (onmiddellijke) voorziening.
Tot slot vereist het vervolmaken van de certificering dat de beoogde certificaathouders, de oorspronkelijke aandeelhouders, instemmen met de certificeringsvoorwaarden. Een certificaat is immers een overeenkomst tussen de STAK en de certificaathouder.9 Het ligt in de rede dat de oorspronkelijke aandeelhouders daartoe (onder protest) bereid zijn. Als één van hen echter zo boos is dat hij dat niet wil, is onduidelijk hoe de STAK met die situatie moet omgaan. Voor de vraag of de oorspronkelijke aandeelhouder gedwongen kan worden om de certificeringsvoorwaarden te accepteren, zij verwezen naar par. 13.3.5.3.