De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.5.5:3.5.5 Autonomie in teamverband
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/3.5.5
3.5.5 Autonomie in teamverband
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949385:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 31a van de Wpo, artikel 7.8 van de Wvo 2020, artikel 4.1a.1 van de Web en artikel 31a van de Wec.
Zie bijvoorbeeld artikel 31a, tweede, derde en vierde lid, van de Wpo.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit de bepalingen over het beroep van leraar wordt niet direct duidelijk of de autonomie van de leraar die hieruit voortvloeit van toepassing is op de individuele leraar of ook op het team van leraren.1 Uit de wetsgeschiedenis blijkt evenwel dat de wetgever voor ogen heeft gehad dat de leraar werkzaam is in teamverband.2 Bij bijvoorbeeld het beoordelen van de onderwijsprestaties van de leerling is het uitgangspunt dat een dergelijke beoordeling niet in isolement tot stand komt, maar in afstemming met relevante anderen in het team. Volgens de wetgever is het een onderdeel van de professionaliteit van de leraar dat hij zo nodig samenwerkt met zijn collega’s. Dat de autonomie van de leraar ook aan het team van leraren kan toekomen blijkt indirect ook uit de bepalingen hierover in de onderwijswetten. Daarin wordt consequent gesproken over “leraren” in meervoud. Als sprake is van een team komt de autonomie dan ook aan hen gezamenlijk toe.3
Zoals ook geschetst in § 2.4.6 heeft de autonomie van de leraar naast een individuele ook een collectieve dimensie. Uit de aard van het beroep van leraar vloeit immers tegenwoordig voort dat van hem verwacht wordt dat hij samenwerkt met zijn collega’s. Dit betekent dat hij de inhoud van de lesstof, de te gebruiken leermiddelen en pedagogisch-didactische aanpak met hen dient af te stemmen. In deze situaties oefent het team van leraren gezamenlijk autonomie uit. Over de wijze waarop leraren gezamenlijk autonomie uitoefenen kunnen zij afspraken maken in het professioneel statuut. Deze afspraken worden gezamenlijk gemaakt met het bevoegd gezag. De leraren kunnen hun positie hierbij versterken door als team gezamenlijk met het bevoegd gezag het gesprek aan te gaan over hun zeggenschap. Gezamenlijk kunnen zij immers met hun autonomie ook sterker invloed uitoefenen op bijvoorbeeld onderwijsvernieuwingen of bezuinigingen binnen de school. Autonomie van de leraar heeft binnen een team of school dan ook een collectieve dimensie. Hoewel hierna voornamelijk wordt gesproken over de individuele leraar, kan hier dus ook een team van leraren gelezen worden.