Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/9.3.8.2:9.3.8.2 Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/9.3.8.2
9.3.8.2 Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS602961:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Loonbelasting / Artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen
Loonbelasting / Inhoudingsplichtige
Loonbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de beoordeling of sprake is van een 331/3%-belang in de zin van art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 moet het aandelenbezit van partners worden samengeteld. Het gaat hierbij om aandelen die worden gehouden door de echtgenoot, de geregistreerde partner, en de persoon met wie men ongehuwd samenwoont en met wie men heeft geopteerd voor het partnerschap in de zin van art. 1.2 Wet IB 2001. Evenals geldt voor de regeling van art. 4.6 Wet IB 2001, wordt het aandelenbezit van ongehuwde samenwoners niet bij elkaar opgeteld voor de beoordeling van het bezitscriterium, indien zij niet hebben geopteerd voor fiscaal partnerschap. Hierdoor is de regeling niet volledig in overeenstemming met de sociaal-maatschappelijke werkelijkheid en het personen- en familierecht.
Overigens geldt ten aanzien van art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 niet een vergelijkbare bepaling als die van art. 4.2 Wet IB 2001, op grond waarvan aanverwantschap fictief eindigt na een echtscheiding. Zoals in hoofdstuk 5 is beschreven, wordt het aanverwantschap bij beëindiging van het huwelijk niet opgeheven. Dit vloeit voort uit art. 1:3 lid 3 BW. Dit betekent dat bloedverwanten van de echtgenoot van de belastingplichtige na echtscheiding zijn aanverwanten blijven. De bepaling van art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 behoudt hierdoor ook na een echtscheiding zijn werking met betrekking tot bloedverwanten van de ex-echtgenoot.
In hoofdstuk 2 is toegelicht dat in de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht met name organisatorische en economische verbondenheid van belang zijn. De aanwezigheid van een kapitaalbelang, hetgeen duidt op financiële verbondenheid, speelt in deze disciplines slechts een beperkte rol. In art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 wordt voor het 33'/3%-criterium uitsluitend aangeknoopt bij een financieel belang, terwijl economische en organisatorische verbondenheid geen rol spelen. Eerder is opgemerkt dat de zeggenschap die is verbonden aan een aandelenbelang, niet zonder meer duidt op organisatorische verbondenheid. Het gaat immers niet om een rechtstreekse beïnvloeding van het ondernemingsbeleid. Omdat art. 29 lid 4 Uitv.reg. LB 2001 is gericht op de aandeelhouder die belangrijke zeggenschap heeft in de vennootschap, zou organisatorische verbondenheid naar mijn mening ook van belang moeten zijn.