De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.3.2:8.3.2 Klachten over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid – inleidende opmerkingen
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/8.3.2
8.3.2 Klachten over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid – inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702024:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Dijkshoorn 2011, p. 112.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook klachten over een vermeend gebrek aan onafhankelijkheid en/of onpartijdigheid aan de zijde van de deskundige komen in het planschade- en nadeelcompensatierecht veelvuldig voor. Wederom een verschil dus met het onteigeningsrecht waar dergelijke klachten zeldzaam zijn. Het mag niet verbazen dat ook hier de aard van de nadeelcompensatieprocedure een belangrijke rol speelt. De inschakeling van deskundigen valt, net als de overige feitenvergaring, onder de verantwoordelijkheid van het met de aanvraag om compensatie belaste bestuursorgaan – een van de ‘partijen’ in de procedure. Wanneer een benadeelde zich niet kan vinden in het compensatiebesluit, kan het vermoeden rijzen dat de ingeschakelde deskundige een (te) nauwe band heeft met zijn opdrachtgever.1 Dat vermoeden uit zich vervolgens in klachten omtrent een gebrek aan onafhankelijkheid en/of onpartijdigheid.
In § 5.4 en § 5.5 zijn de kwaliteitsaspecten onafhankelijkheid en onpartijdigheid gedefinieerd. Daarbij is ook hun onderlinge onderscheid aangegeven. Ik zal in het navolgende trachten om het onderscheid tussen de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid volgens die classificaties te laten verlopen. Direct moet echter worden opgemerkt dat het onderscheid tussen onafhankelijkheid en onpartijdigheid in de rechtspraak niet altijd zo zuiver wordt gemaakt (zie nadrukkelijk ook § 5.5.2). Het is daardoor niet eenvoudig om de rechtspraak duidelijk naar ‘onafhankelijkheid’ of ‘onpartijdigheid’ te classificeren.