Einde inhoudsopgave
Belastingheffing over particulierpensioen en overheidspensioen in grensoverschrijdende situaties (FM nr. 144) 2015/2.2.3.5
2.2.3.5 Geen belenings- of afkoopmogelijkheden
dr. B. Starink, datum 01-02-2015
- Datum
01-02-2015
- Auteur
dr. B. Starink
- JCDI
JCDI:ADS349321:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Inkomen uit werk en woning (box 1) - niet-winst
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Loonbelasting / Pensioenregeling
Voetnoten
Voetnoten
Waar wordt gesproken over het afkoopverbod wordt afkoop waarbij als tegenprestatie een uitkering ineens aan de gerechtigde wordt verstrekt bedoeld. Waardeoverdracht, afkoop kleine pensioenen en verlagen van pensioenrechten zonder dat hier een uitkering aan de gerechtigde tegenover staat zoals bij afstempelen, wordt in dit kader dan ook niet als afkoop aangemerkt omdat dit wettelijk toegestane en ongesanctioneerde vormen van afkoop zijn.
Dit standpunt is bij de parlementaire behandeling van de Notitie Fiscaal Verdragsbeleid 2011 nog eens herhaald naar aanleiding van vragen van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. Kamerstukken II 2010/11, 25087, nr. 24, p. 18.
In Nederland is afkoop van pensioen een figuurlijke doodzonde. Een pensioenuitvoerder mag niet meewerken aan afkoop op grond van artikel 65 PW.1 Ook geldt een zware fiscale sanctie op grond van artikel 19b Wet LB 1964 en artikel 30i AWR. De leidende gedachte achter dit afkoopverbod is dat pensioen een levenslange oudedagsvoorziening is ter verzorging van de pensioengerechtigde bij ouderdom of zijn partner en/of kinderen. In deze gedachte past volgens de wetgever geen afkoopmogelijkheid.2
Beperkte/gedeeltelijke afkoop zonder dat de verzorgingsgedachte wordt aangetast kent overigens wel voordelen. Ten eerste is het internationaal niet ongebruikelijk dat pensioenaanspraken deels kunnen worden afgekocht zodat een mogelijkheid tot afkoop aansluit bij hetgeen in veel landen gebruikelijk is. Van belang daarbij is wel dat de functie als oudedagsvoorziening blijft gehandhaafd. Deze functie impliceert echter niet per definitie een levenslange uitkering. Het pensioengedeelte dat wordt afgekocht kan bijvoorbeeld worden geïnvesteerd waarbij het rendement kan dienen als oudedagsvoorziening. Een dergelijke keuze kan zakelijk zijn, bijvoorbeeld omdat er een reële verwachting bestaat dat de gepensioneerde een beter rendement kan realiseren dan de professionele pensioenuitvoerder. In het pensioensysteem als referentiekader is afkoop, belening of tot zekerheid stellen van de pensioenaanspraak evenwel niet mogelijk omdat een afkoopmogelijkheid een negatieve invloed kan hebben op de kwaliteit van een kapitaalgedekte tweede pijler en op het voorkomen van armoede bij ouderen. Een inperking van de keuzevrijheid van het individu weegt hier ruimschoots tegenop.