Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 858
HR, 02-10-2007, nr. 02237/06 P
HR 02-10-2007, ECLI:NL:PHR:2007:BA7913
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
2 oktober 2007
- Magistraten
Mrs. F.H. Koster, J. de Hullu, H.A.G. Splinter-van Kan
- Zaaknummer
02237/06 P
- Conclusie
A-G Vellinga
- LJN
BA7913
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2007:BA7913, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 02‑10‑2007
ECLI:NL:PHR:2007:BA7913, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑10‑2007
Essentie
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie in verband met overschrijding redelijke termijn onvoldoende gemotiveerd.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te 's‑Gravenhage van 1 februari 2006, nummer 22/005203-01, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van: [betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962, wonende te [woonplaats].
Uitspraak
Hoge Raad:
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep — met vernietiging van een beslissing van de Rechtbank te 's‑Gravenhage van 1 december 2000 — het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.