Einde inhoudsopgave
RvdW 2007, 852
HR, 02-10-2007, nr. 02605/06
HR 02-10-2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7264
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
2 oktober 2007
- Magistraten
Mrs. G.J.M. Corstens, W.A.M. van Schendel, W.M.E. Thomassen
- Zaaknummer
02605/06
- Conclusie
wnd. A-G Bleichrodt
- LJN
BA7264
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
- Brondocumenten
ECLI:NL:PHR:2007:BA7264, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 02‑10‑2007
ECLI:NL:HR:2007:BA7264, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 02‑10‑2007
Beroepschrift, Hoge Raad, 05‑12‑2006
- Wetingang
Sv art. 408 lid 1 onder a
Essentie
Ontvankelijkheid appel in geval van gevoegde zaken.
De Politierechter voegt ter terechtzitting de zaken A en B. In zaak A is de dagvaarding in persoon uitgereikt. Nu de Politierechter op 31 maart 2005 uitspraak heeft gedaan en de verdachte eerst op 2 juni 2005 hoger beroep heeft ingesteld, heeft het Hof de verdachte ten onrechte ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep, voor wat betreft zaak A. Hieraan doet niet af dat de dagvaarding in zaak B niet aan de verdachte in persoon is uitgereikt en de Politierechter de voeging heeft bevolen van de zaken A en B.