Verrekening door de fiscus
Einde inhoudsopgave
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/7.2:7.2 Er bestaat geen specifieke noodzaak voor een eigen verrekeningsregime ten behoeve van de fiscus
Verrekening door de fiscus (O&R nr. 62) 2011/7.2
7.2 Er bestaat geen specifieke noodzaak voor een eigen verrekeningsregime ten behoeve van de fiscus
Documentgegevens:
Mr. A.J. Tekstra, datum 26-04-2011
- Datum
26-04-2011
- Auteur
Mr. A.J. Tekstra
- JCDI
JCDI:ADS604782:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal ondernemingsrecht (V)
Invordering / Verrekening
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De wetgever is naar mijn mening niet in staat gebleken goede gronden aan te voeren om de noodzaak van een eigen verrekeningsregime voor de fiscus, in afwijking van de civielrechtelijke verrekeningsregels, te onderbouwen. De wetgever heeft een specifiek verrekeningsregime ingevoerd in artikel 24 Iw 1990, zonder een deugdelijk onderzoek naar de vraag of en in hoeverre de civielrechtelijke regels voor een verrekening door de fiscus tekort zouden schieten. Bij een dergelijk onderzoek had de wetgever kunnen constateren dat de civielrechtelijke verrekeningsregels een goede basis vormen voor de verrekening van fiscale schulden en vorderingen.1
Met het buiten beschouwing laten van de civielrechtelijke verrekeningsmogelijkheden in artikel 24 Iw 1990, is een regeling tot stand gekomen die uitsluitend lijkt te zijn ingegeven door de gedachte dat verrekening door de fiscus doelmatig en efficiënt dient te geschieden. De belangen van de belastingplichtigen en derden zijn daaraan ondergeschikt gemaakt. Dat is onterecht, want het zo doelmatig mogelijk genereren van belastinginkomsten voor de overheid kan niet een streven zijn waaraan (alle) andere belangen ondergeschikt worden gemaakt. De overheid is juist 'ingesteld' ten dienste van deze partijen.2 Daarbij moet worden bedacht dat verrekening door de fiscus op zichzelf beschouwd geen maatregel van invordering betreft.3 Er is dus vanuit die optiek geen speciale reden om een verrekeningsregeling voor de fiscus in de Iw 1990 op te nemen. Meer voor de hand ligt dat de verrekening van fiscale schulden en vorderingen gewoon wordt geregeerd door de regels van het civiele recht. Mocht blijken dat het echt noodzakelijk is bepaalde specifieke flankerende maatregelen te treffen voor de verrekening van fiscale schulden en vorderingen, dan is dat zeer wel mogelijk in aanvulling op de civielrechtelijke regels.4 Het systeem dienaangaande in Duitsland biedt daar een goed voorbeeld van.5