Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/4.1:4.1 Inleiding
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/4.1
4.1 Inleiding
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630556:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het vorige hoofdstuk heb ik aangegeven dat bij een sfeerovergang een fiscale openingsbalans moet worden opgesteld en dat de vermogensbestanddelen op deze balans in beginsel moeten worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer. In dit hoofdstuk zal ik aangeven welke sfeerovergangen zich in de winstsfeer kunnen voordoen en of de regels per type sfeerovergang verschillen. Hierbij komen de volgende subonderzoeksvragen aan de orde: Hoe wordt de totaalwinst bepaald bij de verschillende vormen van sfeerovergangen en zijn er sfeerovergangen waar van de hoofdregel (waardering tegen waarde in het economische verkeer) wordt afgeweken? en: Welke additionele regels gelden er bij een sfeerovergang binnen de Europese Unie?
In de winstsfeer kunnen zich de volgende typen sfeerovergangen voordoen:
Sfeerovergang omdat vanaf enig moment een onderneming wordt gedreven (paragraaf 4.2);
Sfeerovergang omdat niet meer aan de voorwaarden van een subjectieve vrijstelling wordt voldaan (paragraaf 4.3);
Sfeerovergang als gevolg van een wetswijziging (paragraaf 4.4);
Sfeerovergang in internationaal verband (paragraaf 4.5);
Sfeerovergang bij toepassing van objectvrijstellingen (paragraaf 4.6).
In dit hoofdstuk ga ik nader in op bovengenoemde sfeerovergangen. Ik zal mij beperken tot de voor dit onderzoek relevante sfeerovergangen. Dit betreft de sfeerovergang van een onderneming van de onbelaste naar de belaste sfeer of vice versa waar totaalwinst (mogelijk) invloed heeft. De eerste drie sfeerovergangen doen zich vooral voor bij een sfeerovergang van de onbelast naar de belaste sfeer. De focus zal daarbij bij die sfeerovergangen op de fiscale openingsbalans liggen en minder op de slotbalans. Bij de vierde sfeerovergang zal wel uitgebreider worden ingegaan op de situatie dat Nederlands geen heffingsrecht meer heeft. De vijfde sfeerovergang (de sfeerovergangen als gevolg van de toepassing van objectvrijstellingen) is enigszins afwijkend, omdat deze zich in de belaste sfeer afspeelt. Ook objectief vrijgestelde voordelen behoren immers tot de totaalwinst. Ik heb er toch voor gekozen om deze sfeerovergang te behandelen, omdat de Hoge Raad in dit kader jurisprudentie heeft gewezen die mogelijk relevant is voor de beantwoording van mijn onderzoekvraag, de sfeerovergang veel overeenkomsten vertoont met de sfeerovergang tussen een onbelaste en een belaste sfeer en deze sfeerovergang in de praktijk veel voorkomt. Het onderzoek zal worden beperkt tot vier objectieve vrijstellingen, te weten de deelnemingsvrijstelling, de landbouwvrijstelling, de bosbouwvrijstelling en de vrijstelling voor overheidstaken.