Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/4.5
4.5 Sfeerovergang in internationaal verband
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630588:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
HR 17 februari 1993, nr. 28 260, BNB 1994/163: ‘Ook het bepaalde in artikel 2, lid 4, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 leidt niet tot de door het middel daaraan verbonden gevolgtrekking dat het in Ierland geleden verlies deel uitmaakt van de voor de heffing van de vennootschapsbelasting in aanmerking te nemen winst. Weliswaar dient belanghebbende, nu zij is opgericht naar Nederlands recht, ingevolge deze bepaling als binnenlandse belastingplichtige te worden aangemerkt, doch dit brengt niet mee dat voordelen die ingevolge een verdragsbepalingslechts door een andere mogendheid mogen worden belast, tot de – in Nederland te belasten – winst worden gerekend.’
Zie ook de Commissie totaalwinst, pagina 25: ‘(…) Wanneer men meent dat deze situaties vergelijkbaar zijn met bovenstaande gevallen van aanvang van de belastingplicht ter zake van overgebrachte activiteiten vanuit het buitenland, dan zou hier een vergelijkbare uitkomst moeten gelden. Er zit uiteraard ook een belangrijk verschil tussen beide situaties: in gevallen waarbij de vrijstelling vervalt heeft er voordien geen belastingplicht bestaan en is het dus terecht dat over aan die periode toe te rekenen voordelen geen heffing plaatsvindt. In de situaties van grensoverschrijdende overdrachten van activa/ passiva was die belastingplicht er wel en moet worden voorkomen dat een deel tussen wal en schip valt, dan wel dubbel wordt belast. Een heffingsvacuüm c,q, dubbele heffing kan in binnenlandse verhoudingen in de regel vrij gemakkelijk worden vermeden.
Voor een uitgebreide analyse van sfeerovergangen bij belastingverdragen verwijs ik naar Smit.
Richtlijn (EU) 2016/1164, onderdeel 5.
Binnenlands belastingplichtigen worden voor hun wereldinkomen in de Nederlandse belastingheffing betrokken. De wereldwinst van een onderneming wordt gedefinieerd als het inkomen waar ook ter wereld verdiend. Aangezien het totaalwinstbeginsel van toepassing is op de objectieve onderneming, vallen zowel de binnenlandse als de buitenlandse inkomsten onder de totaalwinst. De wereldwinst wordt bepaald met toepassing van de Nederlandse winstbepalingsregels op de wereldwijde activiteiten van de belastingplichtige. Uit bijvoorbeeld het zogenoemde Ierland II arrest volgt echter wel dat belastingverdragen het heffingsrecht van Nederland kunnen beperken, waardoor bepaalde voordelen geen onderdeel meer zijn van de te belasten winst.1 Dit neemt echter niet weg dat de voordelen wel toerekenbaar zijn aan de objectieve onderneming en onder het totaalwinstbeginsel vallen. Nederland heeft op basis van internationale afspraken echter niet altijd het volledige heffingsrecht en derhalve zijn er naast de in de vorige paragrafen beschreven sfeerovergangen binnen Nederland, ook diverse sfeerovergangen in internationaal verband. Het gaat hierbij om de volgende type sfeerovergangen:
de overdracht van vermogensbestanddelen van hoofdhuis naar vaste inrichting en vice versa, of
de feitelijke leiding van een lichaam wordt verplaatst naar of uit Nederland waardoor de subjectieve belastingplicht aanvangt (immigratie) of eindigt (emigratie), of
het belastingverdrag wijzigt waardoor de verdeling van heffingsrechten onder het toepasselijke belastingverdrag verandert.
Bij het vervallen van een vrijstelling (paragraaf 4.2, 4.3 en 4.4.) gaat het primair over de vraag of de totaalwinst juist wordt bepaald en of er geen voordelen die toerekenbaar zijn aan de onbelaste periode in de heffing worden betrokken. Omdat er bij een dergelijke sfeerovergang een onbelaste periode is te definiëren, is het terecht dat over een deel van de voordelen geen heffing plaatsvindt. Bij een grensoverschrijdende sfeerovergang ligt dit anders. Er is geen sprake van een onbelaste periode. In het andere land wordt immers ook belasting geheven. Wel moet dan worden voorkomen dat er dubbele heffing plaatsvindt of een heffingslek ontstaat.2 In internationaal verband speelt er dus ook nog een andere dynamiek; het verdelen van de heffingsbevoegdheid tussen landen en daarmee de belastingopbrengst.
In de navolgende paragrafen zal ik op deze problematiek ingaan. Ik zal beginnen met een analyse van de jurisprudentie van de Hoge Raad over de toerekening van baten en lasten onder belastingverdragen. Dit is van belang om te kunnen definiëren hoe in zijn algemeenheid wordt omgegaan met de toerekening van voordelen als er een grensoverschrijdende activiteit plaatsvindt. Vervolgens ga ik in paragraaf 4.5.1.1 in op de fiscale gevolgen in het geval dat er sprake is van een sfeerovergang als gevolg van de overdracht van vermogensbestanddelen van hoofdhuis naar vaste inrichting en vice versa. In de daaropvolgende paragrafen ga ik in op de situatie waarin de heffingsbevoegdheid wijzigt als gevolg van een wijziging van de vestigingsplaats (feitenwijziging) en in paragraaf 4.5.6 op de situatie waarin sprake is van een sfeerovergang als gevolg van een gewijzigde heffingsbevoegdheid door een wijziging van het belastingverdrag (regelwijziging).3
Aangezien de Nederlandse heffingsbevoegdheid beperkt kan worden door de werking van het EU-recht zal ik hier ook op ingaan. Ik zal ingaan op de jurisprudentie van het HvJ EU inzake de (on)geoorloofdheid van lidstaten bij het opleggen van een exitheffing. Daarnaast zal ik aandacht besteden aan het uitgangspunt van de EU-anti-belastingontwijkingsrichtlijn of Anti Tax Avoidance Directive (ATAD-richtlijn) dat bij vertrek en aanvang moet worden uitgegaan van de waarde in het economische verkeer.4 Hierbij komt ook de volgende subonderzoeksvraag aan de orde: Welke additionele regels gelden er bij een sfeerovergang binnen de Europese Unie?
4.5.1 De toerekening van voordelen onder belastingverdragen bij grensoverschrijdende activiteiten4.5.2 Sfeerovergang als gevolg van een wijziging van het heffingsbevoegde land als gevolg van immigratie4.5.3 Sfeerovergang als gevolg van een wijziging van het heffingsbevoegde land als gevolg van emigratie4.5.4 Implementatie van de ATAD-richtlijn4.5.5 Remigratie4.5.6 Sfeerovergang als gevolg van een wijziging van het belastingverdrag waardoor de verdeling van heffingsrechten onder het toepasselijke belastingverdrag verandert (regelwijziging)4.5.7 Samenvatting